Een column over onze kinderen, moest ik dat nu wel doen? Tegen mijn man zei ik: “Sta ik dan straks niet tot het einde der tijden te boek als dat gekke caviavrouwtje?”
“Herinner je je die jongen nog,” antwoordde hij, “die zijn caviastal wil gaan sluiten als hij een serieuze baan vindt als accountant, omdat hij denkt dat de twee niet samen horen te gaan?”

Ik snapte waar hij naartoe wilde. Overdag ga ik in mantelpak naar kantoor. ’s Avonds lig ik in een harige joggingbroek over de vloer te dweilen met de nog veel harigere cavia’s, een schijfje komkommer tussen mijn voortanden geklemd. Als het hoge woord eruit komt en ik aan mensen opbiecht dat we achttien cavia’s hebben, variëren de reacties meestal van “jij? Nooit achter je gezocht” en “cávia’s?!” tot “maar waarom?”

Blijkbaar is een carrière en volwassen zijn niet helemaal te vereenzelvigen met het idee van een weeshuis aan bonte en piepende gremlins. En dat terwijl wel meer mensen een bijzondere hobby hebben. Een wielrennende vriend heeft ondanks zijn imposante hipsterbaard gladdere benen dan ik. Gladdere armen ook trouwens. Kan hij in het weekend nóg harder wandelaars mee van hun sokken rijden. Ik vergeet ook nooit die voormalige gesoigneerde leidinggevende, die een modelspoorbaan had op zolder. In de lift richting kantine liet hij zich eens ontvallen dat als de miniatuurstoomtreinen voorbijgleden over meters rails, hem weleens een “tjoeketjoek” ontglipte. En wat te denken van die toezichthouder van De Nederlandsche Bank, die zich in haar vrije tijd uitleefde als sm-meesteres?

Nu is dat laatste voorbeeld misschien niet het meest geschikte om een lans te breken voor aparte hobby’s. Maar zolang je hobby je niet chantabel maakt of je baan kost, levert het een hoop op. Zoals een wapen tegen stress. Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat huisdieren stress verlichten. Kijk, dan klinken achttien cavia’s ineens heel logisch.

Een ode aan hobby’s dus, en aan cavia’s in het bijzonder. Of, zoals een collega en fervent motorrijder het noemt: een ‘lifestyle’. Daar zit natuurlijk best wat in. Het houden van (mensen)kinderen noem je immers ook geen hobby.

Zo was ik eigenlijk al om toen mijn man m’n gedachten onderbrak en zei: “Ik zou de cavia’s alleen niet onze ‘kinderen’ noemen. Als je het gaat doen; die column. Dat is té fout.”

Ik zal erop letten.

 

Print Friendly, PDF & Email