Zondagochtend. Koffie. Croissants. Een soort Roy Donders huispak. En mijn hoofd in een caviahok om m’n neus in de eerste de beste gremlin te steken die gillend aan komt rennen. Ah, die warme geur van vers hooi, kaneel en liefde. Daar kan geen Zwitsal tegenop. Maar wat krioelt daar? Beestjes. Overal beestjes!

Tot zover het zondagochtendgevoel.

En zo kan het dat we even later, bewapend met een stuk of 25 pipetten luizenmiddel en plastic handschoenen, op de vloer van de caviakamer zitten. Vastberaden om de beestjes op achttien beesten uit te roeien tot en met de laatste neet.

Dat gaat zo.

“Volgens de verpakking moeten ze één pipet tot 750 gram en daarboven twee pipetten.”

“Maar Archibald zit net op de 800 gram, waarvan waarschijnlijk 400 gram haar is. Die gaan we dus echt niet gelijk een dubbele dosis geven.”

“Wanneer heb je ze voor het laatst gewogen dan?”

“Twee weken geleden. Maar ik krijg die pipetten niet eens open joh. Hier, probeer jij het eens.”

“Moeten de kleintjes dan niet opnieuw worden gewo—Balthazar, waar ga jij naartoe?”

“Balthazar. Hierrr!”

“Ja, waarom houd je hem dan ook niet vast?”

“Ik moet toch die pipetten opendraaien omdat jij kippenkracht hebt?”

“Nou, vooruit. Weet je wat we doen? We geven de kleintjes gewoon een halve pipet. Het is toch gif hé?”

“Nee, hij zit onder de stoel. Dáár.”

“Balthazar! Ballie, kom bij mamma!”

“Shit, nu smeer ik gif aan m’n gezicht. Was je trouwens vergeten het hooi van tevoren in te vriezen, dat ze ineens luizen hebben?”

Mijn antwoord wordt –gelukkig–overstemd door het geluid van de cavia’s, die inmiddels hopen dat er iets te bietsen valt. Ze hangen alle zeventien in de tralies. Van je ‘rakketakketak’ gaat dat, alsof er een paar mitrailleurs worden geleegd. Balthazar komt daardoor dan weer wél uit zijn schuilplaats, zijn donkere ogen verwachtingsvol, zijn roze mondje hoopvol smakkend.

Met stemverheffing: “Hebbes. Hey, dat gaat nog best makkelijk, zo’n pipet leegknijpen in zijn nek. Pak jij de volgende?”

“Hoeveel luizenballen hebben we nu gehad?”

“Drie.”

“Jezus. Geloof jij die onderzoeken nog die claimen dat huisdieren goed zijn tegen stress?”

“Nog maar vijftien te gaan en we gaan iets leuks doen: De Luizenmoeder kijken.”

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel