Het overlijden van kunstenaar Sees Vlag (1934) op 1 januari dit jaar bleek mij ontgaan. Ik was in die periode druk doende een reis door Maleisië te plannen en had weinig oog voor andere zaken om mij heen. Pas onlangs, bij het opruimen van oude tijdschriften, stuitte ik op een nog ongelezen exemplaar van Pulchri: het blad van de gelijknamige Haagse kunstenaarsvereniging. Daarin een vrij bloedeloos in memoriam. Jammer, want Sees Vlag was eind jaren zeventig een Haags fenomeen. Hij bood in zachte tinten een frisse blik op de monumentale stad en boorde met zijn figuratieve werk een heel eigen markt aan.

Met weemoed bekijk in mijn eetkamer zijn zeefdruk uit 1981 van het Planetarium aan de Grote Marktstraat. Als werknemer van de Haagsche Courant konden we het werk destijds tegen een vriendelijke prijs kopen. Bij die aanblik nemen herinneringen aan de hoogtijdagen van de dagbladjournalistiek bezit van me. De Haagsche Courant was op dat moment de grootste avondkrant van Nederland: een oplage van ruim 180.000, eigen correspondenten in Washington, Moskou, Londen, Bonn, Rome en Brussel.

Toen ik er begin 1974 toetrad tot de stadsredactie, verschenen alhier nog vier plaatselijke dagbladen. Maar de teloorgang diende zich reeds aan. Het duurde niet lang voor de christelijke Nieuwe Haagsche Courant opging in Trouw, het liberale Vaderland werd opgeheven en het katholieke Binnenhof oploste in de Haagsche Courant. Totdat uiteindelijk ook de HC door de hoeven zakte en, zoals redactrice Floor de Booys het in 2005 (op straffe van voorwaardelijk ontslag) in de Volkskrant noemde, ‘een inlegkruisje van het AD werd’.

Met uitgever Robert Conijn richtte ik voorjaar 2007 een nieuwe papieren krant op: Den Haag Centraal. Omdat ik nog maar net als chef-stadsredactie de deur bij AD/Haagsche Courant achter me had dicht getrokken, beschikte ik over een groot en gretig netwerk van gekwalificeerde freelance journalisten waar onder het AD-regime geen behoefte meer aan was. Ik kreeg bovendien steun van coryfeeën als Kees Jansma, Marcella Mesker en thrillerauteur Tomas Ross. Media-ondernemer Willem Sijthoff – telg uit de bekende Haagse uitgeversfamilie – werd onze belangrijkste financier. We gingen weer een échte Haagse krant maken.

Maar de oplage werd nooit wat we hoopten. Tonnen subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers staken we in huis-aan-huis-campagnes, reclametrams, radiospotjes en een billboard met Koot & Bie boven de Utrechtsebaan. We kwamen – inclusief losse verkoop – nooit boven de 8500 exemplaren. Na het faillissement in september 2012 bleven er bij de doorstart nauwelijks 6000 abonnees over. Sindsdien wordt niet langer de betaalde oplage, maar het aantal lezers gecommuniceerd. Want elke krant wordt door meer mensen ingekeken en dat natte-vinger-cijfer klinkt beter.

Om de sfeer op de aandeelhoudersvergadering niet te verpesten, noemde de nieuwe directeur uitsluitend hoeveel abonnees erbij waren gekomen. Nooit hoeveel er hadden opgezegd. De jaarrekeningen spraken echter boekdelen. Ook die van jubileumjaar 2017 zal beleggers niet doen trappelen om te mogen participeren. En de jaarlijkse bedelactie onder lezers – in de weken voor Kerst – om geld voor ‘onderzoeksjournalistiek’ is natuurlijk ook niet uit luxe.

Dit verhaal van neergang gaat in grote lijnen evenzeer op voor AD/Haagsche Courant, Telegraaf, Volkskrant en andere gedrukte media. Een oplagedaling van 5% is – ondanks grote geschenken en lentekortingen – al jaren traditie. Vroegere melkkoeien als Panorama, Vrij Nederland en Elsevier geven de eigenaren nu vooral kopzorgen. 
Zelfs met de roddelbladen gaat het bergafwaarts. De advertentiemarkt is na de crisis van 2008 overal weer aangetrokken, maar het bereik van de traditionele media wordt minder en minder. En dat zien adverteerders ook. Reclamebudgetten verschuiven in toenemende mate naar internet. Wanhopig proberen de kranten met hun sites en apps een graantje mee te pikken. Maar makkelijker worden inkomsten gevonden in ‘betaalde content’ als commerciële bijlages, advertorials, betaalde wijnrubrieken, betaalde foto’s met bijschrift van theatervoorstellingen of de verkoop van dekbedden, wijn, dvd’s van Zweedse misdaadseries of kabouter Plop-mutsen. Daar betaal je dan abonnementsgeld voor.

Onder de 50 abonneert bijna niemand zich nog op krant of tijdschrift. De vergrijzing onder lezers is zelfs zodanig, dat abonnementen voornamelijk eindigen vanwege overlijden. Ik lees met plezier mijn ochtendkrant en zou zo graag in dat knisperende papier blijven geloven, maar merk dat zelfs ik steeds meer nieuws op mijn iPhone volg; volledig gratis bovendien bij nos.nl, nu.nl. rtvwest.nl en dagblad070.nl. Geen wonder dat kranten het steeds moeilijker krijgen. Dagblad070 had na zes maanden vanaf de start al meer lezers per dag dan Den Haag Centraal na elf jaar per week.

‘Wie schrijft, die blijft’, klonk ’t vroeger vrolijk op de redactie. Maar dan wel op internet, zou je er nu aan kunnen toevoegen. Dus dat doe ik. Afgelopen 11 november vierde ik niet alleen dat de Eerste Wereldoorlog een eeuw geleden eindigde, maar tevens dat het exact vijf jaar geleden was dat ik de laatste regels voor mijn eigen geesteskind Den Haag Centraal tikte. Dat was de eerste tijd even  wennen, maar sindsdien leef ik een tamelijk zorgeloos en vooral stressloos bestaan. Want een papieren krant maken is slopend en voelt als trekken aan een dood paard. ’Papier hier!’, hoor ik Holle Bolle Gijs in de Efteling naar de afvalbak verwijzen. 
Print Friendly, PDF & Email