Wat is de zin van het leven? Volkskrant-journalist Fokke Obbema legt deze vraag, nadat hij zelf bijna was overleden, voor aan uiteenlopende mensen. Volgens de 94-jarige oud-ambassadeur Edy Korthals Altes houdt die vraag der vragen nadrukkelijk verband met: waar ben ik mee bezig geweest? Was dat wel meer dan het najagen van ijdelheden?

 

Ik betrek de kwestie op mezelf. Is het najagen van succes iets anders dan het najagen van ijdelheden? Ik denk het niet. Hoe glunderde ik destijds niet toen mijn boek over het Nederlands Dans Theater bij de feestelijke opening van het balletcomplex bij het Spui aan koningin Beatrix werd overhandigd? En dan het gevoel van triomf toen mijn biografie van Mondriaan bij de Haagse Bijenkorf stond uitgestald op de boekentafel van de Top 25. Ik keerde diezelfde middag terug met mijn vrouw om ter plekke een foto te maken. Niets dan ijdelheid, waarvan je pas met het klimmen der jaren de betrekkelijkheid ziet.

 

Het najagen van ijdelheden dan wel succes ligt voortdurend op de loer. Een jaar of wat terug kreeg ik bericht van een vrouw die mij een kwestie rond prins Bernhard wilde onthullen, een zaak die de fundamenten onder het koningshuis zou doen verbrokkelen. Even ging het journalistenbloed sneller stromen. Bernhard, de grondvesten van het koningshuis… de Tomas Ross in mij ontwaakte. Maar midden in mijn gretigheid realiseerde ik me dat de brief-schrijvende dame in kwestie, hoe charmant ook, al eerder met waanideeën van doen had gehad. Dat haar vader me al eens met brok in de keel had opgebeld om te melden hoe erg het met zijn kind was gesteld. En ik keerde tijdig met beide benen op de grond.

 

Was dat ook maar gebeurd bij de Haagse schrijfster Mira Feticu, die – na een anonieme brief – spoorslags naar het platteland van Roemenië afreisde om ergens bij een boom een uit de Rotterdamse Kunsthal gestolen Picasso op te graven. Ze sleepte gelouterd journalist/schrijver Frank Westerman met zich mee het vliegtuig in, kocht ter plekke een spade en ging met de aanwijzingen in haar hand aan de slag. Op televisie was te zien hoe ze gretig de Picasso uit het plastic haalde en van vreugde in een hysterische huilbui uitbarstte. De ontdekking haalde na het NOS-journaal zelfs CNN en de New York Times.

 

Ik ken Mira een beetje, omdat ik haar ooit op aanraden van een wederzijdse vriendin bij Den Haag Centraal als columnist binnen heb gehaald. Het leek mij destijds boeiend om onze Haagse samenleving beschreven te zien door de verbaasde ogen van een vrouw, die in de verstikkende communistische dictatuur van Ceaucescu was opgegroeid. Het bestaan in Nederland viel haar niet makkelijk, haar huwelijk raakte zelfs in crisis. Want hoewel ze in haar land van herkomst Nederlands had gestudeerd, kon ze hier haar oorspronkelijke vak van radiojournalist niet uitoefenen. Dus moest ze om den brode genoegen nemen met een ondergeschikt baantje bij de openbare bibliotheek.

 

Mira wilde meer. Ze bleef schrijven, publiceerde twee romans bij uitgeverij De Geus voordat ze zich in 2015 stortte op een boek over de brutale roof door Roemenen in de Kunsthal. Ik weet niet waarom, maar ‘Tascha’ verscheen niet meer bij De Geus doch bij een kleine multi-culti-uitgever. Hoewel ook dit boek alles behalve een bestseller werd, zag een Roemeense uitgever er brood in en verscheen het geromaniseerde verhaal ook daar.

 

En toen ging het fout. Mira kreeg plotseling bericht van een rover in gewetensnood. Dacht ze. In werkelijkheid was het een stunt van twee Belgische theatermakers om hun voorstelling ‘True Copy’ te promoten. Een omgekeerde Belgenmop dus, want hier bleken de Hollanders de domkoppen. Wat een drama, wat genant. Slachtoffer Frank Westerman kon er achteraf wel om lachen, maar mevrouw Fetuci was ziedend en kookt nog steeds na. Bij De Wereld Draait Door zaten ze als Jut en Jul. Mira probeerde met ingehouden woede een komische draai aan haar eigen rol te geven en presentator Matthijs van Nieuwkerk bleef heel mild, maar het blijft een pijnlijke afgang.

 

We hebben allemaal wel eens een zeperd gemaakt, waarbij je het liefst een maand onder een dekbed wilt kruipen. Maar zelfs als Mira dat doet en daarna weer onopvallend de bibliotheek aan het Spui binnensluipt, is er ongetwijfeld een quasi-komische collega die haar verwelkomt met: “En, nog Picasso’s gevonden de laatste tijd?”. En dan kan zo nog maanden doorgaan; geen beter vermaak dan leedvermaak. Mira wil nu een boek schrijven over haar eigen debacle. Mij dunkt dat ze zich beter een tijd heel heel stil houdt en wegduikt tussen de titels die op haar werk ruim voorradig zijn. Tom Wolfe’s wereldhit ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ – in tweevoud aanwezig op de tweede verdieping – lijkt me wel wat.   
Print Friendly, PDF & Email