Het miljoenentekort dat is ontstaan bij de aanleg van de Hoekse Lijn, zal niet leiden tot lagere financiële bijdragen aan lopende projecten in Den Haag, of tot een kleinere kans op subsidie bij toekomstige projecten. Dat schrijft wethouder Tom de Bruijn (D66; verkeer) vandaag aan de gemeenteraad. Den Haag maakt deel uit van de 23 gemeentes tellende Metropoolregio Rotterdam Den Haag, die een deel van het tekort moet afdekken.

Bij de Hoekse Lijn gaat het om een metroverbinding tussen Schiedam en Hoek van Holland. De aanleg kost 90 miljoen euro meer dan de 373 miljoen die begroot was. De uitbreiding van het Rotterdamse metronet zou al in september 2017 klaar zijn, maar dat wordt in het slechtste scenario eind 2018. De Metropoolregio betaalt ruim 27 miljoen mee aan de verbinding met als belangrijke voorwaarde dat de Hoekse Lijn definitief wordt doorgetrokken tot het strand van Hoek van Holland. De provincie Zuid-Holland legt hier aanvullend 20 miljoen voor op tafel.

Rotterdam legt 35 miljoen op tafel en de RET 27,5 miljoen. In ruil voor die bijdrage mag de RET vier jaar langer het railvervoer in de regio Rotterdam exploiteren. De railconcessie van de vervoerder wordt daarom verlengd tot 2030.

Een belangrijk deel van de overschrijding is ontstaan door de vertraging bij de aanleg. Elke maand dat de lijn niet rijdt, kost 3 miljoen extra omdat het vervangend busvervoer fors wordt gesubsidieerd. De Hoekse Lijn vervangt de spoorlijn die jaren door de NS werd geëxploiteerd. Problemen met de spoorbeveiliging zijn onder meer reden voor de uitloop. “Er ligt een aantal bruggen op het traject waarbij de beveiliging complex is”, zegt wethouder Pex Langenberg van Rotterdam (D66; mobiliteit).

In een vandaag verschenen rapport concludeert de gemeenteraad van Rotterdam dat de gemeente Rotterdam zelf de ombouw van de Hoekse Lijn van spoorlijn naar metroverbinding ernstig heeft onderschat. Ook was de regie op en coördinatie van het project onvoldoende. De kritiek in het rapport richt zich met name op diezelfde wethouder Langenberg. Ondanks dat hij in februari 2017 signalen kreeg dat er problemen waren bij de aanleg van de lijn, greep hij toen volgens het rapport onvoldoende in. Dat deed hij pas in juni. Ambtenaren hadden geen realistisch idee over de duur van de ombouw. “Er was sprake van wensdenken,” aldus het rapport van de gemeenteraad.

(foto en bron: ANP)

Print Friendly, PDF & Email