In het Gemeentemuseum Den Haag zijn vanaf deze zaterdag (14 oktober) tot en met 4 maart, als onderdeel van de tentoonstelling Art Deco – Paris,  35 topstukken uit de Cartier Collection te zien. Het gaat om juwelen en kostbaarheden uit de jaren 10 en 20 waarin de luxe en smaak van de art deco perfect worden weerspiegeld. Ze geven de moderniteit van het leven uit die tijd weer, toen modieuze vrouwen tijdens het uitgaan een zogenaamde Vanity Case droegen en uiterst verleidelijke juwelen.

De Vanity Cases waren gevuld met de nieuwste snufjes op beautygebied, zoals compact powder en lipstick, door Cartier fraai verpakt in bijvoorbeeld goud, email of laque burgauté, bezet met juwelen. Een van de pronkstukken is een Vanity Case met het beroemde icoon van Cartier, de panter. Ook worden enkele sieraden getoond die te zien waren op de beroemde Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes die in 1925 in Parijs werd gehouden.

De naam art deco is afgeleid van de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Op deze tentoonstelling toonde Cartier maar liefst 150 stukken, waaraan meer dan drie jaar was gewerkt. Cartier koos bewust het Pavillon de l’Élégance als locatie om de juwelen te tonen, omdat hier ook de creaties van de grote couturiers te zien waren.

Een van hen was Paul Poiret, een van de grote vernieuwers van de mode aan het begin van de twintigste eeuw. Hij speelde een belangrijke en inspirerende rol bij het ontstaan van de art deco. Het fundament voor deze decoratieve en luxueuze kunststroming werd al in de jaren 10 gelegd.

Het Gemeentemuseum Den Haag toont werk van deze befaamde couturier samen met dat van kunstenaars uit zijn omgeving: Paul Iribe, Georges Lepape, Erté, Benito, Raoul Dufy, Man Ray, Kees van Dongen, Modigliani, Brancusi, Picasso, Robert Delaunay, André Groult, Mallet-Stevens, Wiener Werkstätte en de Ballets Russes. Hieronder bevinden zich top-bruiklenen uit de collecties van The Metropolitan Museum of Art in New York, en verschillende collecties uit Parijs, Berlijn, Brussel en Monaco. De expositie toont beeldende kunst, toegepaste kunst, mode, fotografie, film en juwelen van Cartier Collection.

De decadentie en luxe van de zo tot de verbeelding sprekende periode van de art deco komen in Art Deco – Paris tot leven. Bezoekers stappen in de wereld van de Roaring Twenties, ofwel les années folles, verpersoonlijkt in Poiret, Le Magnifique. De juwelen van Cartier tonen vergelijkbare tendensen als die in de mode en beeldende kunst van die tijd, waarbij Cartier zeker een richtinggevend juweliershuis was. De invloed van bijvoorbeeld Egypte nam toe na de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922, maar was al veel eerder een onderwerp in zowel de mode als de haute joaillerie. Louis Cartier, een van de drie broers van de juweliersfamilie Cartier, kocht bijvoorbeeld Egyptische antiquiteiten om deze in zijn ontwerpen te verwerken. Hij deed dit al een aantal jaar voor de ontdekking van het graf. Onder invloed van Les Ballets Russes experimenteerde Charles Jacqueau, sinds 1909 werkzaam voor Cartier, met nieuwe oosterse vormen en kleurencombinaties. Dit leidde tot een stijl waarbij werd gewerkt met een combinatie van blauwe en groene stenen, wat deed denken aan pauwenveren. Historici zijn dit later dan ook de Pauwen-stijl gaan noemen.

Bij de tentoonstelling verschijnt bij Waanders & De Kunst een rijk geïllustreerde tweetalige catalogus (Nederlands en Engels) van de hand van meerdere conservatoren van het Gemeentemuseum Den Haag.

Het Gemeentemuseum werkt voor deze tentoonstelling samen met EYE Amsterdam.

Cartier New York, Klok, 1928, goud, email, onyx, Cartier Collection. Verkocht aan Mr. H. F. McCormick. Nick Welsh, Cartier Collection © Cartier.

 

Print Friendly, PDF & Email