Er is de laatste tijd heel wat te doen over de (on)aantrekkelijkheid van het beroep van leerkracht. Vrijwel dagelijks worden redenen opgesomd waarom het onderwijs niet trekt. Ja, zelfs waarom mensen het onderwijs ontvluchten.

De redenen die vaak genoemd worden zijn natuurlijk in de eerste plaats het lage salaris en in vrijwel dezelfde plaats de hoge werkdruk. Daarnaast blijkt nu uit onderzoek dat het carrièreperspectief vrijwel ontbreekt. Het onderwijs kent nu eenmaal een vrij platte organisatiestructuur gekoppeld aan een heel overzichtelijk salarishuis.

Veel tot leerkracht opgeleide mensen vertrekken om voornoemde redenen voor hun dertigste naar het bedrijfsleven. Echter, een grote groep zou graag terug willen keren, al dan niet op parttime basis. Dus zouden ze mogelijk het leraarschap willen combineren met het werken in het bedrijfsleven.

Ook voelen veel mensen die geen pedagogische en didactische opleiding hebben genoten zich aangetrokken tot het onderwijs mits de arbeidsvoorwaarden verbeterd worden. Tot zover de positieve uitkomsten.

Een prachtige kans om onderwijs en bedrijfsleven tot een inspirerend huwelijk te verleiden. Een win-win situatie. Wat echter naar mijn idee onderbelicht wordt, is de in de loop der jaren veranderde gezagsverhoudingen; de duikeling op de maatschappelijke ladder die het vak van leerkracht heeft gemaakt.

In het verleden was er sprake van natuurlijk gezag. De notabelen waren mensen die hoog verheven waren boven het gewone gepeupel. Zij waren onaantastbaar en stonden niet ter discussie. Om bij het onderwijs te blijven; regel één is: de meester heeft altijd gelijk; regel twee is: ook al heeft de meester geen gelijk, dan treedt regel één in werking. Wat de meester of juf zei was de enige waarheid, om van de bovenmeester maar te zwijgen. Die stond helemaal bovenaan de hiërarchie in zijn driedelig kostuum met stropdas.

Het was wel gemakkelijk. De leerkracht hoefde nooit uit te leggen waarom er straf uitgedeeld werd. Thuis zeiden ze dat je het wel verdiend zou hebben en kreeg je soms nog extra straf. Nee, die gang van zaken verdiende niet de schoonheidsprijs. Althans zo denken we er tegenwoordig over.

Misschien wel door de flower-powerbeweging en de provo’s geïnspireerd moesten we in de jaren zestig van de vorige eeuw allemaal gelijk gaan worden. In het onderwijs werd het kostuum vervangen door de coltrui en geitenwollen sokken. De juf in minirok. U werd jij. Vooral gewoon doen en je kop niet boven het maaiveld uitsteken. De macht en de zeggenschap van de gezagsdragers werden niet meer als vanzelfsprekend gezien.

Maar is het daarna niet te ver doorgeslagen? Is gezag toen niet een vies woord geworden?

Het lijkt er nu soms op dat de ouders meer waarde hechten aan de gekleurde visie van hun kind dan aan de zienswijze van de leerkracht. Er wordt zelfs over de rechtvaardigheid van de straf met de leerkracht gediscussieerd in het bijzijn van het kind. Zijn ouders er zich wel van bewust dat ze op deze manier het gezag van de leerkracht ondermijnen en het de leerkracht zo heel moeilijk maken om de orde in de groep te handhaven? Een onnodig taakverzwarende gang van zaken! Dat maakt het voor de leerkracht zeker niet leuker en gemakkelijker.

Ik denk dat het beroep van leerkracht weer aan aantrekkelijkheid wint als ouders en leerkrachten samen structureel onder vier ogen en op een positieve wijze zoeken naar de best mogelijke begeleiding van de leerlingen.

Jan Steigenga is een gepensioneerde directeur van een basisschool

Print Friendly, PDF & Email