Kerst is de feest van het licht – en binnenskamers vooral van het sfeerlicht. Wat de gemeente Den Haag betreft is die sfeer permanent.

Het stadsbestuur heeft voor het eerst een zogeheten ‘lichtvisie’ vastgesteld. Door te kiezen voor vier lichtbeelden en vier hoofdtypen armaturen wordt de buitenruimte nog aangenamer en dit draagt bij aan de leefbaarheid, identiteit, sfeer in de stad en aan de verkeers- en sociale veiligheid, aldus de gemeente. Daarnaast zegt Den Haag met deze visie stappen te zetten om klimaatneutraal te worden en draagt het bij aan het landelijke Energieakkoord. In 2038 zijn de 70.000 lichtpunten voorzien van LED waardoor Den Haag 40 procent minder energie verbruikt.

Verantwoordelijk wethouder Boudewijn Revis (buitenruimte) zegt erover: “Sinds 1570, toen de eerste 33 kaarslantaarns in de stad werden geplaatst, heeft de openbare verlichting veel ontwikkelingen doorgemaakt. In de huidige tijd is vooral de kwaliteit van het licht belangrijk en niet het aantal lichtpunten. Verlichting draagt bij aan de veiligheid van de stad en tegelijkertijd aan de sfeer en de beleving ervan. De verlichting moet duurzaam zijn en passen bij de omgeving.”

Bij de gekozen vier lichtbeelden gaat het om:

  • Eco Light/No Light: In groengebieden geldt dat er geen licht wordt toegepast, alleen op hoofdfietspaden.
  • Road Light: Op hoofwegen en hoofdfietsroutes gaat het puur om functionele verlichting die zich focust op straat. Veiligheid van weggebruikers staat voorop.
  • Living Light: In de woon- en werkgebieden, ofwel: huiskamers van de stad. Hier moeten mensen zich comfortabel, veilig en geborgen voelen.
  • City Light: In de toeristische gebieden en in het centrum wordt de levendigheid van de stad versterkt, bijvoorbeeld door het aanlichten van gebouwen.
Print Friendly, PDF & Email