Met twee vestigingen aan de Plaats in hartje Den Haag is de 100-jarige juwelier Steltman een begrip in de stad. Het jubileum van deze typisch Haagse zaak opent nu geheel nieuwe deuren: die van het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar is van 4 november tot en met 18 februari 2018 de tentoonstelling ‘Haagse Chic: Steltman’.

Sinds zijn oprichting ligt de nadruk van Steltman op ‘Joaillerie Artistique’, het artistieke ontwerp. Typische Steltman-sieraden hebben intrigerende, in het oog springende vormen en zijn gemaakt met een verbluffend vakmanschap. De tentoonstelling in Gemeentemuseum Den Haag toont artistieke sieraden van Steltman Juwelier van 1917 tot nu, waaronder enkele ontwerpen met een koninklijke historie.

De tentoonstelling bevat schitterend gesneden jade uit het interbellum, kenmerkende Steltman-sieraden met Lotusmotieven, fantasierijke en sierlijke dierfiguren uit de jaren 50, en moderne ontwerpen uit de latere periodes. Speciale aandacht is er voor het Lotus-motief, waarvan het basisontwerp tot op de dag van vandaag door Steltman Juwelier wordt voortgezet. Het is verwerkt in ringen, oorhangers, manchetknopen, broches, dasspelden en halssieraden. Veel bloemen hebben een hart dat gevormd wordt door een parel of diamant, die prachtig uitkomt tegen een fond van zwart email – een techniek waarmee Johannes Steltman, oprichter van Steltman Juwelier, bekendheid vergaarde.

In 1931 was Het Boek van Den Haag al zeer duidelijk over welke plaats Steltman innam: “Goede Hagenaars tooien zich met een paar fraaie kostbaarheden van den Juwelier J. Steltman. Deze juwelierszaak is als één der eersten der stad te beschouwen. En niet alleen hier, ook daarbuiten is de naam van den byoutier Steltman bekend.”

De verschillende stijlen en materialen van honderd jaar vakmanschap laten zien hoe het sieraad meebewoog met de mode van de tijd, maar ook de functie die het sieraad daarin aannam. De Steltman-sieraden werden generaties lang gekoesterd, soms vermaakt, en speelden een belangrijke rol in families. Er worden verschillende bijzondere bruiklenen uit particulier bezit getoond, die nog niet eerder te zien waren. Trouwe klanten van Steltman lenen de sieraden speciaal voor deze gelegenheid uit. Zij gaan vergezeld van enkele persoonlijke anekdotes. Want wie weet nog wat het beroep vaneufileuse (parelrijgster) inhield, en dat het ‘parel-rijgen’ een jaarlijks terugkerend fenomeen was? Of hoe het precies hoorde met de sieraden, wat je wanneer wél of juist niet kon dragen?

“’s Avonds mocht men alles op en aan doen, zelfs braceletten en ringen over lange handschoenen, twee broches, drie of vier kettingen,” schreef jonkvrouw Agnies Pauw van Wieldrecht. “Overdag echter moest men zich beperken tot zegel-, engagements- of trouwring, aan een dun kettinkje een horloge of lorgnet, een eenvoudige broche.” Wie zich hieraan niet hield, kon hoon ten deel vallen: “Marietje had zich weer opgetuigd!” “Verschrikkelijk… net een kerstboom.”

De tentoonstellingsvormgeving is in handen van Maarten Spruyt. Met de tentoonstelling verschijnt een fraai vormgegeven catalogus bij Waanders & De Kunst, geschreven door Marit Eisses, over 100 jaar Steltman (24,95 euro).

Driedelig theeservies van Steltman, waarvan de vorm is geïnspireerd op een vis, gemaakt van zilver, ebbenhout, email en varisiet, 1925. (Collectie Gemeentemuseum Den Haag)

 

Print Friendly, PDF & Email