De Amerikaanse ambassade op het Voorhout wordt verkocht, zo laat het splinternieuwe Haagse college van B en W kordaat horen. Ik weet niet of burgemeester Krikke al een telefoontje van een vriendje heeft gekregen om het pand voor een prikkie te mogen overnemen. Maar ik ben al lang blij dat ’t gebouw niet meteen wordt afgebroken, zoals VVD-coryfee Frits Huffnagel oppert. Ook ik vond in mijn pubertijd de schepping van de beroemde ontwerper Marcel Breuer lelijk. Maar in de loop der jaren krijgt een mens meer kennis, leer je beter kijken en begrijp je dat veel architectonische hoogstandjes tijd nodig hebben om waardering te verwerven.

Het curieuze is dat diezelfde sloop-grage Frits Huffnagel in één adem het Gemeentemuseum wil omdopen tot Mondriaanmuseum. Dat is op zich al een raar idee: het museum telt weliswaar – dankzij een legaat uit 1971 – liefst 300 Mondriaans, maar omvat met ruim 160.000 kunstwerken zoveel meer: de collectie Haagse School (Weissenbruch, Jozef Israëls, Jacob, Matthijs en Willem Maris, Mauve, Roelofs, Gabriel, Mesdag etc.)  is nog veel talrijker, om maar wat te noemen. Het is net zo raar als je het Mauritshuis ineens tot Vermeermuseum maakt.

Wat mij vooral zo verbaast aan de verguizing van Breuer en de verering van Mondriaan, is dat beide kunstenaars hun wortels in de ideeën van het Bauhaus hebben. Het zijn geestverwanten – ze vluchtten ook beiden naar New York voor de nazi’s die hun ‘entartete Kunst’ wilden vernietigen – en je zou dus denken dat als je de één toejuicht, je de ander niet wilt afbreken. Maar ik vrees eerlijk gezegd dat Frits niet echt Mondriaan wil eren, doch uitsluitend diens roem wil misbruiken om meer toeristen te trekken. En ik acht de modieuze museumdirecteur in staat daar serieus over na te denken.

Eneco

Maar terug naar het ambassadegebouw. Waarom verkopen? Nu energiebedrijf Eneco binnenkort op Marktplaats staat, kan het toch niet om de centen gaan. Waarom niet als een slimme vastgoedbelegger gewoon verhuren? Dan weet je niet alleen dat het karakteristieke pand behouden blijft, maar houd je ook invloed op de bestemming. Want ook hier wordt gesuggereerd een hotel te vestigen. Nu moet ik bekennen dat vóór het bombardement van 3 maart 1945 het alles behalve fraaie Hotel Paulez op deze plek gevestigd was. Maar in die jaren bood Trivago nog geen overzicht van 441 hotels/accommodaties op minder dan 5 kilometer van het Haagse stadscentrum.

Sta even stil bij dit ongelooflijke aantal. Nog steeds schieten de nieuwe hotels in Den Haag als paddestoelen uit de grond. Eind vorig jaar opende op de hoek van de Paleisstraat en het Noordeinde vier-sterren-hotel Indigo de deuren. Het voormalige hoofdkantoor van ABN-AMRO op de Kneuterdijk lijkt eveneens hotel te worden. En aan de Lange Vijverberg verrijzen achter de historische gevels van nummer 10 en 11 ook nog eens 101 hotelkamers. Ook winkelcentrum Haagse Bluf staat op de nominatie hotel te worden, evenals de leegstaande ‘eierdoos’ in de Plaspoelpolder waar vroeger Sijthoff Pers zat.

Als je beziet wat er de afgelopen tien jaar aan hotelbedden in de Residentie is bijgekomen, dan praat je niet alleen over Holiday Inn Expres, Court Garden Hotel, Novotel Suites, Hilton, Kingkool Hostel, The Student Hotel, Patten en Teleport. Maar ook over een eindeloze reeks kleinere accommodaties variërend van ’t Goude Hooft tot Hotel Pistache en La Paulowna. En dan zijn alle Bed & Breakfasts, aparthotels, studio’s, suites en appartementen en ruim 300 particuliere Airbnb’s nog niet meegerekend.

Toen ik twee maanden terug op deze plek bepleitte met Den Haag Marketing te stoppen omdat ons – als we zo doorgaan – dezelfde toeristenoverlast wacht als Venetië, Barcelona en Amsterdam, raakte de al genoemde oud-wethouder voor city-marketing Frits Huffnagel zó overstuur, dat er zelfs een lelijke taalfout in zijn boze reactie sloop. En de directeur van Den Haag Marketing, die een half jaar lang op geen enkele brief of e-mail van Dagblad070 had gereageerd, bleek plotseling toch in leven en kroop terstond in de pen om zijn broodwinning te verdedigen.

Geld en werk

De argumenten zijn natuurlijk economie en werkgelegenheid. En daar hebben ze een punt. Toerisme levert – net als Groninger gas en de kap van het laatste tropisch regenwoud in Indonesië – veel geld en werk op. Maar dat bij ‘Overtoerisme’ een stad onleefbaar wordt, dat koop of huur van woningen en winkels onbetaalbaar raakt en dat het normale voorzieningenstelsel plaats maakt voor louter toeristenwinkels en horeca, daar horen we de heren niet over. Ze zouden eens moeten luisteren naar Tony Wheeler, de oprichter van ’s werelds succesvolste reisgids Lonely Planet. Die man realiseert zich thans dat hij er persoonlijk voor verantwoordelijk is het paradijselijke eiland Bali, delen van Thailand en zelfs Cambodja te hebben verpest.

Gelukkig ben ik geen roepende in de woestijn. Amsterdam doet sinds 2014 niets meer aan promotie; sterker: men heeft nu – veel te laat – een heel pakket ontwikkeld om de toeristenstroom (dit jaar 21,5 miljoen) te stuiten. Er mogen daar, net als in Barcelona, geen nieuwe hotels bij komen. Je ziet nu hoe hotel-exploitanten in de hoofdstad met trucs proberen toch het aantal kamers uit te breiden, door bijvoorbeeld een etage boven een naastliggende kindercrèche er stiekem bij te trekken. Het is allemaal heel begrijpelijk, want een hotelkamer kost – afhankelijk van de klassering – aan schoonmaak, beddengoed, water, elektra, zeep, shampoo etc. zo’n 10 tot 35 euro per nacht. De opbrengst zit – exclusief diner en ontbijt – al snel tussen de 100 en 250 euro per nacht. Tja, welke ondernemer wil dat niet?

Nou wie het in elk geval niet wil, is burgemeester Tineke Schokker van Vlieland. Op haar idyllische Waddeneiland weet men de toeristengolven keurig te beteugelen door zowel het aantal hotelbedden als kampeerplekken consequent op hetzelfde beperkte niveau te houden. Vol is vol. Die aanpak werkt verbazingwekkend goed.

Overdosis

Waar het om gaat is de balans. Ik ben niet tegen reizen, toeristen of hotels. Ik ben tegen een overdosis. Ik mijd Venetië, Barcelona, Madeira en Dubrovnik en wens zulke toestanden zeker niet in mijn eigen woonplaats. Zet de rem erop, nu het nog kan. Waarom moeten we in de top 5 van toeristische bestemmingen? Vlieland bestaat van het toerisme, maar probeert niet de bezoekerscijfers omhoog te krikken. Integendeel, Vlieland geldt nu internationaal als voorbeeld hoe je het monster in bedwang houdt. Hoe je het eiland voor zijn bewoners leefbaar houdt. Uit alle denkbare landen komen mensen die de reisbranche bestuderen naar het Waddeneiland om te leren hoe het ook kan. Misschien wil het nieuwe Haagse college daar eens een paar dagen in retraite.  

De Britse Anna Pollock, adviseur van onder meer de Canadese overheid, maakte onlangs in VPRO Tegenlicht duidelijk dat de eerste reactie om toeristen over een wijdere omgeving te verspreiden – de koers die Amsterdam met medewerking van Den Haag heeft ingezet – heel logisch klinkt, maar slechts de symptomen bestrijdt en het probleem niet oplost. Bezoekers van het Rijksmuseum richting Mauritshuis duwen, vergeleek zij met een kwalijke huidaandoening op je schouder over je hele lijf verdelen. Zij schetste hoe op de meeste toeristenbestemmingen het aantal hotels over tien jaar tijd zal zijn verdubbeld.

Aan het Indigo Hotel is niets meer te doen en dat geldt ook voor de 101 luxe kamers die dit najaar bij de Hofvijver gasten verwelkomen. Ook in de Haagse Bluf zijn de bouwvakkers al bezig. Maar wellicht dat elders nog barrières kunnen worden opgeworpen. Zeker voor het oude ambassadegebouw op het Voorhout, dat nu nog gemeentelijk bezit is. Bij mijn weten is het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum – inwonend in het technisch sterk verouderde complex van de Koninklijke Bibliotheek – naarstig op zoek naar nieuwe accommodatie. Kijk, daar kun je als plaatselijke overheid nou het verschil maken. Zelfs als je geen aparte wethouder voor cultuur meer hebt.

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel