Laatst heb ik zestien fractievoorzitters in de gemeenteraad van Den Haag aangeschreven met de uitnodiging om eens persoonlijk hun wensenlijst voor de jaren 2018-2022 door te nemen, en u zult begrijpen dat ik vervolgens nachten wakker heb gelegen, omdat ik toch even bang was dat alle zestien fractievoorzitters ook werkelijk zouden antwoorden.

Eerlijk gezegd weet ik niet eens of het wel zestien fractievoorzitters zijn. Misschien zijn het er vandaag alweer zeventien en morgen vijftien. Ik bedoel: in de gemeenteraad van Den Haag doet iedereen het met iedereen; en verlaat iedereen ook weer iedereen. Er zitten popie-jopies tussen, maar ook muurbloempjes die zichzelf ‘groep’ noemen. En denkt de een dat het aan is, blaast de ander de verkering alweer uit.

Polonaises, afsplitsingen, achterkamertjes en zelfpijpende eenmansfracties: in die zin is IJspaleis Leuterdijk net een parenclub.

En ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik ben net terug in Den Haag, heb dat allemaal van een gepaste afstand bekeken, in stilte bovendien, en ik vind het nu welletjes. De gemeenteraad is toe aan een sanering.

Laten we beginnen met een kiesdrempel van tien procent. Politieke partijen die bij de gemeenteraadsverkiezingen lager scoren, komen er niet in. Is een geachte afgevaardigde eenmaal gekozen en krijgt deze tijdens de rit jeuk, dan moet hij (m/v/o) de raad verlaten en valt de zetel toe aan de partij; tenzij de geachte afgevaardigde met voorkeursstemmen in de raad is gekozen, alleen dan mag hij blijven.

We houden het dan overzichtelijk en hoeven bovendien geen wiskunde meer te hebben gestudeerd om het spreektijd-schema te begrijpen.

De ideale gemeenteraad van Den Haag ziet er dan als volgt uit: PvdA, GroenLinks en HSP voor het sociale karakter, VVD en Groep de Mos voor als er gepoetst en niet geluld moet worden, D66 voor alle vragen die niet met ja of nee kunnen worden beantwoord, en het CDA voor het geval dat Wijsmuller alsnog van alle Haagse kerken woningen wil maken.

Wat mij betreft is er maar één uitzondering: Christine Teunissen, die namens de Partij voor de Dieren als het Paard van Troje tussen alle partijen door galoppeert om ze allemaal een beetje groen te houden.

Print Friendly, PDF & Email