In de tijd dat Nederland nog sterk verzuild was, werd identiteit grotendeels bepaald door religie of politieke overtuiging. Iemand was bijvoorbeeld gereformeerd, katholiek of socialist. Hij of zij ging via de kerk of vakbond ook vooral om met gelijkgestemden. Verder werd de identiteit vooral bepaald door beroep en sociale klasse van de familie of het gezin.

Een eeuw geleden ging bijna iedereen naar de kerk. Dit veranderde met de ontzuiling sinds eind jaren zestig. Ook deze eeuw neemt de kerkelijkheid af: het deel van de bevolking dat tot een kerkelijke gezindte behoort, is tussen 2000 en 2015 geleidelijk gedaald van 60 tot 50 procent van het aantal 18-plussers. Ook het kerkbezoek nam af. Aan het begin van deze eeuw bezocht 23 procent van de mensen maandelijks een kerk of een levensbeschouwelijke bijeenkomst. Anno 2015 was dat 16 procent.

Het CBS in Den Haag concludeert dit naar aanleiding van een eigen analyse van relevante statistieken op het gebied van individualisering.

Daaruit blijkt verder dat het percentage personen van 15 jaar en ouder dat lid was van een vakbond daalde van 15 rond de eeuwwisseling tot 12 procent in 2017. Het ledental is sinds 1999 gedaald van ruim 1,9 miljoen tot 1,7 miljoen leden. De instroom van jongeren is afgenomen.

In de afgelopen tien jaar nam het aandeel vakbondsleden tussen de 25 en 45 jaar met bijna 10 procent af. Het ledenbestand van veel vakverenigingen is daardoor aan het vergrijzen. Momenteel is bijna 19 procent van de vakbondsleden 65 jaar of ouder.

Bij andere ideële organisaties en verenigingen is die afname niet te zien. In de periode 2012-2016 bleef het deel van de personen vanaf 15 jaar dat lid was van een vereniging stabiel op meer dan driekwart. Alleen het percentage dat lid was van een milieuorganisatie is statistisch significant teruggelopen van 22 naar 20. Vooral mensen tussen de 25 en 45 jaar waren minder vaak lid van een milieuorganisatie.

Print Friendly, PDF & Email