Ahmed Aboutaleb zal het waarschijnlijk nooit toegeven, maar diep in zijn hart moet hij natuurlijk spijt hebben van zijn interview met Dit is de Dag en ook hebben ingezien dat een grote stad als Rotterdam (nog) niet toe is aan een burgemeester die zegt zelf ook ‘een beetje salafist te zijn.’ Sinds de moord op Theo van Gogh heeft salafisme op z’n minst een verkeerde klank in Nederland. De menselijke draai die Aboutaleb er tijdens het gesprek met de christelijk-orthodoxe EO-verslaggever Tijs van den Brink aan heeft willen geven, is mislukt. Twitter loopt vol met aanklachten, waarbij zijn ‘dubbele pet’ nog de meest prettigste typering is. Wat salafisme nu precies is, weten maar weinigen in niet-moslim-kringen. Maar zelfs intern zijn de discussies hierover niet van de lucht. Een compilatie:

Ahmed Marcouch (moslim en burgemeester Nijmegen): “Ik was kritisch over het salafistische gedachtengoed maar ik dacht ook: het is voor jongeren een fase. Zelf heb ik als tiener ook zo’n periode meegemaakt. Niet dat ik salafist was, maar je radicaliseert als tiener in je opvattingen. Zo brandde ik als 15-jarige van verlangen om verdrukte moslims in Afghanistan te hulp te schieten. Pas later kreeg ik in de gaten dat de Moslimbroederschap die mij inspireerde, geen religieuze stroming was, maar een politieke beweging. Daardoor zag ik het salafisme ook als iets van voorbijgaande aard. Iets dat je met betere ideeën goed kon bestrijden.’’ (De Volkskrant).

Jan Jaap de Ruiter (The Post Online): “Salafisten timmeren aan de weg, ze proberen traditionele moskeeën over te nemen en richten zich met name op jongeren om hen de in hun ogen waren islam te doen omarmen. Ik zie dat er een verharding optreedt bij salafisten en dat ze weinig tot geen boodschap meer hebben aan de Nederlandse samenleving. Ze trekken zich steeds meer terug en dat is voor de integratie geen goede zaak.’’

Khadija Arib (voorzitter Tweede Kamer). “Onlangs sprak ik met docenten van een gemengde school over de vraag of ze wel of geen gebedsruimte in hun school zouden toestaan. Ze zeiden het te overwegen, omdat ze anders leerlingen met een Islamitische achtergrond zouden kwijtraken. Ik probeerde hun uit te leggen dat het toestaan van gebedsruimtes voor kinderen uit de orthodoxere gezinnen ook een negatieve mening legitimeert over kinderen die níet bidden. Het zijn keuzes waar we waakzaam voor moeten zijn, omdat ze het risico in zich hebben om verworven rechten waar eeuwenlang voor is gestreden – zoals in dit geval gelijkheid en emancipatie – onderuit te halen.’’ (Joop.nl)

Dr. Roel Meijer (historicus): “Het salafisme is een strenge islamitische leer die de totale onderwerping van het gehele leven aan God voorschrijft. Er zijn drir varianten: het puristische, politieke en jihadistisch salafisme. Deze laatste stroming gelooft in een strijd op leven en dood met de westerse wereld. Jihad betekent zich inzetten voor God, en heeft zowel een gewelddadige als een mentale betekenis. Bij de mentale inspanning gaat het vooral om zelfdiscipline en de inspanning om een beter moslim te zijn. De gewelddadige jihad richt zich meer op een fysieke inspanning. In eerste instantie is het gebruik van geweld vooral bedoeld om de islam te verdedigen tegen invallers van buitenaf. Maar het moderne idee van de jihad is in de loop van de tijd uitgedijd: het betekent nu ook het gebruiken van geweld om de islam te verspreiden in de gehele wereld. Moslims die dit nastreven worden wel jihadisten genoemd. Ze worden ook wel salafistische jihadisten genoemd, omdat geweld vooral voorkomt bij de islamitische stroming van het salafisme.’’

Hajiba Aouragh (Wij Blijven Hier): “Het ‘salafisme’ is afgeleid van het Arabische woord ‘salaf’ dat zoeits als “voorganger” betekent. Een aanhanger van de salafistische ideologie wil niets anders zeggen dan dat je de leefwijze van de profeet (vzmh) en zijn metgezellen probeert na te leven. Dit wil niet zeggen dat deze aanhangers extremistisch zijn in de zin van dat zij een ander kwaad willen doen. Salafisten zijn bezig met zichzelf te verbeteren en het doel is om een vrome moslim te zijn. Dat er individuen bestaan die een andere invulling geven aan het praktiseren van deze ideologie dienen individueel aangesproken en aangepakt te worden. Een onderzoek van de veiligheidsdienst van het Verenigd Koninkrijk stelt dat er ook geen handvatten paraat zijn om een terroristenprofiel op te stellen. Sterker nog, dit rapport spreekt alle stereotyperingen die er zijn over terroristen tegen en is gebaseerd op honderden case studies. Daarin komt duidelijk naar voren dat deze geweldplegers vaak niet eens praktiserend zijn, noch over de kennis van de religie beschikken. Salafistische organisaties zouden het voorportaal zijn van terroristen, terwijl we zeker vanuit deze organisaties luid en duidelijk geluiden hebben gehoord van complete verwerping van terrorisme en het geweld dat in de naam van ons geloof gepleegd wordt. Sterker nog, ik denk dat deze organisaties een belangrijke rol kunnen spelen in het tegengaan van het jihadisme, voor zover dat nog niet al het geval is.’’

Martijn de Koning (antropoloog): “Sinds de jaren tachtig is het salafisme al in opkomst in Nederland. Toen ik me er in de beginperiode in verdiepte, kraaide er geen haan naar. Pas toen Mohammed Bouyeri Theo van Gogh vermoordde werd het in Nederland echt actueel. Hij bezocht de El-Tawheed en de As Soennah moskee en begaf zich daarmee in salafistische kringen. De term ‘salafisme’ is daarbij steeds meer verbonden geraakt met geweld, terreur en dreiging’, staat er in zijn boek. Maar is de stroming echt zo gevaarlijk? Men probeert niet om de samenleving te ontwrichten of om de shari’a te implementeren. Salafisten willen zich wel afzonderen van de maatschappij en een eigen niche creëren. Ze zijn fundamentalistisch, maar in principe niet extremistisch in de zin dat het aannemelijk is dat ze in Nederland geweld toe zullen passen.” (Nieuw-Wij)

 

Print Friendly, PDF & Email