In zijn column ‘Stop met Den Haag Marketing’ beschrijft Coos Versteeg zijn angst voor ‘Amsterdamse toestanden’ en pleit hij voor het stoppen met het bevorderen van het toerisme naar Den Haag.

Laat ik met het laatste beginnen: dat zou buitengewoon onverstandig zijn. Momenteel heeft minder dan 1 op de 2 Hagenaars een baan. 55% van de Hagenaars staat letterlijk aan de kant. Toerisme levert banen op. Nu al verdient 1 op de 10 Hagenaars zijn brood dankzij het toerisme. Toerisme is een banenmotor voor Den Haag, zeker ook voor lager opgeleiden, want: biertjes moeten worden getapt, bedden opgemaakt en kaartjes gescand. De bevordering van het toerisme zou voor het nieuwe college van B&W dan ook topprioriteit moeten zijn.

We kunnen het ons – economisch en sociaal – niet veroorloven om een muur om Den Haag te zetten. Het is nogal elitair om te redeneren dat Den Haag maar ‘ons geheim’ moet blijven. Ik ben trots op mijn stad en wil dat zoveel mogelijk bewoners én bezoekers van Den Haag kunnen genieten.

Bezoekers dragen bij aan een rijkere stad, zowel in termen van welvaart als van welzijn van de eigen inwoners. Meer bezoekers zorgen voor een hoger voorzieningenniveau, meer en mooiere winkels, goede horeca en aansprekende culturele vrijetijdsvoorzieningen. Dat maakt Den Haag aantrekkelijk om te wonen, te werken of te bezoeken.

Er is in Den Haag nog groei mogelijk. Ik kan Coos Versteeg geruststellen. Hij hoeft niet bang te zijn voor ‘Amsterdamse toestanden’. Er is een groot verschil in aantallen bezoekers tussen Amsterdam en Den Haag. Zo is het totaal aantal hotelovernachtingen in Den Haag nog geen 10% van dat van Amsterdam. Den Haag ervaart verder hoegenaamd geen overlast van bezoekers. Dat komt ook door het type bezoekers dat naar Den Haag komt. Onderzoek van Hotelschool The Hague naar AirBnB in Den Haag wijst uit dat vooral expats en gezinnen met kinderen hier gebruik van maken; dat zijn niet bepaald ‘de hordes dronken’ toeristen die de stad onveilig maken.

Dat er in Den Haag nog volop ruimte is voor groei komt ook omdat Den Haag met stad en strand een natuurlijk spreidingsmechanisme heeft. Den Haag kent meerdere toeristische gebieden: het centrum, de internationale zone, de beide badplaatsen Scheveningen en Kijkduin en de rust en ruimte van Nationaal Park Hollandse Duinen.

Dit is wel het moment om richting te geven aan de groei. Marketing van Den Haag is daarom meer dan ooit nodig. Zonder gedegen marketingaanpak krijg je wildgroei en stimuleer je excessen, zoals in Amsterdam.

The Hague Marketing Bureau wil daarom de komende jaren doorgaan met het werven van kwaliteitstoeristen met gemiddeld hoge bestedingen. Dat past ook bij het profiel van de stad. Denk aan de succesvolle campagne ‘Duik in Den Haag’, zoals we die afgelopen jaar hebben gevoerd.

Ons doel is om de komende 4 jaar een extra bestedingsimpuls als gevolg van dag- en verblijfsbezoek te realiseren van 350 miljoen in 2018 naar 425 miljoen euro in 2022. Vertaald naar werkgelegenheid zijn dat bijna 1000 voltijdbanen erbij.

We hebben een fantastisch product in handen: onze mooie stad achter de duinen. Met het product is niks mis, maar we zullen het wel moeten vermarkten. Uit onderzoek blijkt dat mensen die Den Haag bezocht hebben zonder uitzondering positief zijn. Mensen die de stad nog niet bezocht hebben, denken vaak dat Den Haag minder aantrekkelijk is als citytrip-bestemming. Ze weten niet precies wat er te doen is en denken – onterecht – dat het een saaie stad is.

We moeten dus structureel werken aan het imago van Den Haag als aantrekkelijke citytrip-bestemming. Met de steun van het nieuwe college zullen we hier met ons professionele team vol enthousiasme ons uiterste best voor doen. Om zo bij te dragen aan welvaart en welzijn van alle Hagenaars.

Marco Esser, directeur The Hague Marketing Bureau

Print Friendly, PDF & Email