Waar eerst een miljoenenverlies werd gevreesd, daar gaat Den Haag er door de herverdeling van gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen juist een beetje op vooruit. Het kabinet trekt 170 miljoen euro extra uit voor het gemeentelijk onderwijsachterstandbeleid. De 486 miljoen euro die daardoor vanaf 2020 jaarlijks beschikbaar is, wordt eerlijker verdeeld.

Grote gemeenten ontvangen nu aanzienlijk meer per kind dat een risico loopt met een achterstand aan de basisschool te beginnen. De vier grote steden krijgen gemiddeld 3400 euro per achterstandskind, terwijl kleine gemeenten maar 800 euro krijgen om een peuter voorschoolse educatie te bieden. Vanaf 2019 wordt dat gelijkgetrokken en ontvangen alle gemeenten ongeveer 2.850 euro per risicokind. Dat blijkt uit de brief die onderwijsminister Arie Slob naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Negen van de tien gemeenten gaan er daardoor op vooruit. Hoewel de G4 als geheel 10 miljoen euro inlevert – de stad Utrecht het meest – krijgen Den Haag en Rotterdam iets meer geld.

(bron: Binnenlands Bestuur)

Print Friendly, PDF & Email