Huurwoningen in de vrije sector zijn voor veel huishoudens met een middeninkomen onbetaalbaar. Dit geldt met name voor de huishoudens met een lager middeninkomen die vaak net niet meer in de sociale huursector terecht kunnen. Zij kunnen daardoor tussen wal en schip raken.

Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de studie ‘Middeninkomens op de woningmarkt. Ruimte op een krap speelveld’.

De groep middeninkomens is zeer divers en bestaat onder meer uit ouderen, jongeren, alleenstaanden en gezinnen. Zij hebben door wet- en regelgeving en het toewijzingsbeleid van woningcorporaties niet of nauwelijks toegang tot de sociale huursector. Het in Den Haag gevestigde PBL beschouwt bruto jaarinkomens tussen de 34.678 en 52.500 euro als middeninkomens.

Het PBL heeft de financiële ruimte voor wonen berekend uitgaande van normen van het Nibud. Daaruit blijkt dat zo’n 28% van de middeninkomens geen huur van € 700 of meer kan betalen. In totaal gaat het om 425.000 van de circa 1,5 miljoen zelfstandig wonende huishoudens met een middeninkomen.

Het gaat vooral om de lage middeninkomens (34.678 tot 38.690 euro). Het aanbod aan toegankelijke huurwoningen is voor hen beperkt en lang niet altijd betaalbaar.

Gegeven de afbakening van de eigenlijke doelgroep van de sociale sector tot lage inkomens worden huishoudens met een middeninkomen in een gereguleerde corporatiewoning ook wel scheefwoners genoemd. Het is echter de vraag of deze scheefwoners zich zelfstandig kunnen redden op de geliberaliseerde woningmarkt. De studie laat zien dat maar 56% van de nu scheefwonende middeninkomens een huurwoning op of boven de liberalisatiegrens zou kunnen betalen.

De studie laat ook zien dat slechts de helft van alle scheefwonende middeninkomens de markthuur van hun huidige woning zou kunnen betalen.

Het is volgens het PBL de kunst voor beleidsmakers om een goede afweging te maken tussen de maatschappelijke kosten en baten, zowel op korte als op lange termijn en zich daarbij bewust te zijn van de gevolgen voor de middeninkomens. Maatregelen uit het regeerakkoord die kunnen bijdragen aan de verruiming van het aanbod aan betaalbare en toegankelijke huurwoningen voor middeninkomens zijn bijvoorbeeld het stimuleren van aanbod in het vrije huursegment en de afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Deze maatregelen hebben echter pas op termijn effect.

De in het regeerakkoord aangekondigde stabilisatie van de maximale hypotheeklening op 100% van de waarde van de woning bestendigt op korte termijn de mogelijkheden in de koopsector voor middeninkomens. Dit biedt echter geen oplossing voor middeninkomens die niet kunnen of willen kopen, aldus het PBL. Om deze groepen in de tussentijd ook meer speelruimte op de huurwoningmarkt te geven, zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals de verlenging van de verruimde toewijzingsmogelijkheden in de sociale huursector. Dit kan middeninkomens helpen om zich ook op korte termijn al vrijer op de huurwoningmarkt te bewegen. Dat kan voorkomen dat sommige huishoudens tussen wal en schip terecht komen.

Print Friendly, PDF & Email