Eerder vandaag (17 oktober) publiceerden we de aangiftecijfers over 2016 van de politie Den Haag. Wat blijkt: 48% procent van het totaal aantal Haagse aangiftes (154.596) verdwijnt in de prullenbak. Daarmee doet de politie in Den Haag het weliswaar beter dan elders in Nederland (gemiddeld 55%), toch kan het knagen aan ons gevoel van rechtvaardigheid als we weten dat met bijna de helft niks wordt gedaan.

Kortom, neemt de politie uw aangiftes eigenlijk wel serieus? Wat doen ze ermee. Hoe gaat dat hele proces in zijn werk? De politie geeft antwoord op zes prangende vragen.

  1. Waarom is aangifte doen belangrijk?

“Als u slachtoffer bent van criminaliteit, is het belangrijk om altijd aangifte te doen. Heel veel slachtoffers doen dat ook. Elk jaar komen er meer dan een miljoen aangiftes binnen bij de politie. Dat betekent dat de politie in nauw overleg met het Openbaar Ministerie (OM) en het lokale bestuur prioriteiten moet stellen. De aangifte vormt het begin van de gehele strafrechtketen en is van groot belang voor de kwaliteit van de opsporing en vervolging. Het succes van de opsporing is mede afhankelijk van een goede aangifte en een effectieve afhandeling van de aangifte. Voor slachtoffers is het van groot belang dat het aangifteproces goed verloopt.”

  1. Waar en hoe kan ik aangifte doen?

“De politie hoort elke aangifte op te nemen. Slachtoffers hebben daarbij de keuze om hun aangifte te doen op een politiebureau, via het telefoonnummer 0900-8844 of via internet. Bij bepaalde misdrijven kunt u ook aangifte doen op locatie. Bij de keuze van de meest geschikte wijze van aangifte spelen vanzelfsprekend de aard en ernst van het strafbare feit een rol. Zie ook de informatiepagina ‘Aangifte doen’ op politie.nl.”

  1. Hoe verloopt het proces van aangifte?

“Alle aangiften die worden gedaan, worden ter beoordeling voorgelegd aan een ‘casescreener’. Deze casescreener beoordeelt of er sprake is van voldoende opsporingsindicatie; zijn er voldoende aanknopingspunten voor vervolgonderzoek? De casescreener volgt daarbij de zogenoemde ‘Aanwijzing voor de Opsporing’ van het OM. Dat betekent dat steeds afgewogen moet worden of in een zaak tot opsporing wordt overgegaan, en zo ja, met welke inzet (in tijd en in capaciteit). Bij high impact crimes zoals inbraken en overvallen, en bij ondermijningszaken, vindt altijd vervolgonderzoek plaats.”

  1. Wanneer vindt vervolgonderzoek plaats?

“Als er voldoende aanknopingspunten zijn, zoals aanknopingspunten naar mogelijke verdachte(n), en voldoende ‘prioriteit vanuit het lokale gezag’ (burgemeester en officier van justitie bepalen gezamenlijk de prioriteit), start een vervolgonderzoek. De politie doet daarbij bijvoorbeeld onderzoek op de plaats delict en stelt sporen veilig. Als er sporen en andere aanwijzingen zijn, worden deze verder onderzocht, bijvoorbeeld via een buurtonderzoek of forensisch onderzoek. In die zaken wordt bij meer dan de helft (in 2016 circa 52%) ook daadwerkelijk een (of meerdere) verdachte(n) gevonden.”

  1. Wanneer vindt er geen vervolgonderzoek plaats?

“Zijn er geen directe aanknopingspunten, daderinformatie of eerder genoemde prioriteit vanuit het gezag? Dan kan de politie besluiten om geen vervolgonderzoek in te stellen. Denk aan een insluiper die niet is gezien en geen sporen heeft achtergelaten. Aan een fietsendiefstal in een stille omgeving zonder camera’s, of aan internetaangiftes bij diefstal of vermissing die bijvoorbeeld voor de verzekering worden gedaan.”

  1. Betekent dat dan dat de politie niets doet?

“Nee. Het is belangrijk dat slachtoffers van criminaliteit zoveel mogelijk aangifte doen, omdat de politie altijd alle informatie uit aangiftes registreert. Ook als deze geen aanleiding geeft tot directe vervolgstappen. Op basis van deze informatie maakt de politie analyses: waar en wanneer vindt welke criminaliteit plaats en wat is er bekend over (mogelijke) daders? Deze analyses stellen de politie in staat om bijvoorbeeld in uw buurt gerichter acties te ondernemen zoals extra surveillances of het inzetten van opsporingsmiddelen. Daarmee dringt de politie criminaliteit terug of voorkomt deze in sommige gevallen. Soms leiden maatregelen op basis van deze analyses ertoe dat de politie alsnog de daders achterhaalt van het delict waarvan u aangifte deed. En ook gemeenten gebruiken deze analyses om bijvoorbeeld (preventieve) maatregelen te nemen, zoals het plaatsen van extra camera’s of verlichting. Dienstverlening is en blijft een van de prioriteiten voor de politie. In 2016 is er veel verbeterd. Digitaal aangifte doen kreeg bijvoorbeeld een impuls door de mogelijkheid om met DigiD in te loggen. Verder doet de politie veel om de tevredenheid onder burgers over hun meldingen en aangiftes te meten.”

Print Friendly, PDF & Email