Om te voorkomen dat de burger in Den Haag het vermoeden krijgt dat parkeergeld een makkelijke melkkoeis, heeft wethouder Robert van Asten een opsomming gemaakt van de kosten die de gemeente maakt om het parkeersysteem in goede banen te leiden. Het gaat daarbij jaarlijks om een bedrag van 20,4 miljoen euro.

De belangrijkste activiteiten die daaronder vallen zijn: 1: Fietsparkeren € 3,1 mln. 2: Parkeergarages € 1,8 mln. (beheer en onderhoud) 3: Parkeerautomaten € 7,2 mln. (onderhoud, rente en afschrijving) 4: Parkeervergunningen € 3,2 mln. (apparaat en systeem) 5: Overige kosten € 5,1 mln. (waaronder wielklemmen/wegslepen, data- en verbindingskosten, etc.).

Daarnaast wordt er jaarlijks een bedrag uitgegeven voor de kosten aan parkeerbelasting: € 6,4 miljoen. Onderverdeeld in: 1: Handhaving parkeren € 4,5 mln. (handhavers) 2: Perceptiekosten € 1,9 mln.

De aanleg van parkeerplekken op straat wordt echter bekostigd uit de activiteit Inrichting Verkeer. In het Meerjaren Investeringsplan (MIP) is hier meerjarig circa € 17 miljoen voor beschikbaar, waarvan ruim € 9 miljoen in 2019 wordt geïnvesteerd.

Print Friendly, PDF & Email