Vrijwel onmiddellijk heeft politiechef Paul van Musscher van de politie-eenheid Den Haag gereageerd op de uitspraak van de rechtbank Den Haag in de zaak Mitch Henriquez. Deze veroordeelde de twee agenten van zijn eenheid vanmiddag voor mishandeling, met de dood tot gevolg, tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk.

“Ik begrijp dat deze uitspraak veel impact heeft op de familie, de vrienden en andere nabestaanden van Mitch Henriquez. Op geen enkele wijze is dit verlies en verdriet te compenseren,” aldus Van Musscher.

De politiechef: “Ook voor de betrokken agenten hebben de 2,5 jaar durende procedure en de daaruit volgende uitspraak grote gevolgen gehad. Het incident en de lange periode van onduidelijkheid en onzekerheid zijn ingrijpend geweest. De betrokken agenten hebben dat tijdens de zitting zelf al goed verwoord. Ik heb het al eerder gezegd: geen enkele agent gaat ’s ochtends van huis met het idee dat een aanhouding een fatale afloop gaat hebben. Niemand heeft dit zo gewild.”

En ook: “In ons land is het laatste woord aan de rechter. Vanzelfsprekend respecteren wij als politieorganisatie het oordeel van de rechtbank. Een objectieve controle op ons optreden is belangrijk. Ik wil wel benadrukken dat het politiewerk op straat complex is. In situaties waarin een burger kan terugtreden om te voorkomen dat hij of zij geweld zal moeten gebruiken om zich te verdedigen, wordt van een politieagent juist verwacht dat hij optreedt en actie onderneemt. Als een politieambtenaar een geweldsmiddel inzet, doet hij dat omdat hij dit nodig acht in de uitoefening van het werk. Agenten moeten vaak handelen in een fractie van een seconde. Daarbij kunnen zij een inschatting maken die later als onjuist wordt beoordeeld, door onze eigen organisatie of door de rechtbank.”

Binnen de politie moeten agenten zich houden aan de zogeheten Ambtsinstructie. Van Musscher: “Bij de aanhouding van Henriquez hebben de agenten zich niet aan de Ambtsinstructie gehouden. Daarom nam ik al een jaar terug disciplinaire maatregelen. De oplegging van deze maatregelen stond volledig los van de strafrechtelijke procedure.”

De disciplinaire procedure van de politie kent een wezenlijk ander afwegingskader dan het strafrecht, aldus Van Musscher. “De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat wij als politie professioneel omgaan met onze geweldsbevoegdheid. We zijn zeer kritisch op de juiste inzet daarvan. Daarom moeten politiemensen verantwoording afleggen als zij geweld hebben toegepast. Er wordt altijd getoetst of het optreden conform de normen van de Ambtsinstructie is geweest.”

De reactie van politiechef Paul van Musscher kunt u hier ook op video zien. De video is opgenomen door de politie-eenheid zelf.

Print Friendly, PDF & Email