De rechters keren zich tegen plannen van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) om de vervroegde invrijheidstelling voor gevangenen strenger te maken. Ze zullen juist een negatief effect hebben, denkt de Raad voor de Rechtspraak. De raad heeft de bewindsman met klem verzocht om zijn voorstellen op onderdelen te heroverwegen en aan te passen. Dekker vindt dat gedetineerden voortaan alleen eerder op vrije voeten mogen komen als ze hun best hebben gedaan. Bovendien wordt het laatste deel van een gevangenisstraf, dat een gevangene standaard thuis mocht doorbrengen, van een derde van de straf ingeperkt tot hooguit twee jaar. De Raad wijst erop dat in 2008 de vervroegde invrijheidstelling al strenger is geworden door tal van voorwaarden. De bedoeling was om de veroordeelde zodra hij of zij uit de cel is gekomen, nog lange tijd te begeleiden bij zijn terugkeer in de maatschappij. Maar als deze periode maximaal twee jaar mag zijn, zullen juist zeer zwaar gestraften veel korter onder toezicht staan.

Bij de strafmaat houden rechters namelijk al rekening met de ‘netto’ straf en de lengte van de voorwaardelijke vrijheid, stelt de Raad. Als een rechter een straf van twintig jaar passend vindt, wordt nu dertig jaar opgelegd, waarvan tien dan onder voorwaarden plaatsvindt. Volgens het voorstel van Dekker zou de rechter dan maar 22 jaar opleggen en krijgt de betrokkene slechts twee jaar te maken met voorwaarden waaraan hij zich moet houden. Dat moet de kans verkleinen dat de veroordeelde opnieuw de fout in gaat. Uit onderzoek blijkt dat de huidige regeling op dat vlak lijkt te voldoen, aldus de Raad. Er is sprake van maatwerk per individuele gevangene. Wel zijn er verbeteringen nodig en mogelijk, maar de Raad mist in het plan van Dekker de uitwerking van de aanbevelingen.

Ook vinden de rechters het niet wenselijk dat het Openbaar Ministerie straks alle besluiten neemt over de vervroegde invrijheidstelling. De rechters hebben alleen nog een kleine toetsende rol. Dat is zeer ongewenst, vindt de raad, omdat rechters moeten gaan over de vrijheidsbeneming en niet het OM.

(bron: ANP)

Print Friendly, PDF & Email