Naast tweeverdieners kennen we ook ‘tweedenkers’: hogeropgeleide paren. Nu er steeds meer hogeropgeleiden in Nederland zijn, groeit ook het percentage hogeropgeleide paren. Zo was 30 procent van de 25- tot 45-jarige samenwoners in 2016 een hoogopgeleid stel. Tien jaar eerder was dat nog 19 procent. Hoewel het aandeel hoogopgeleide paren nog steeds hoger is in de steden, groeit het in de kleinere gemeenten sterker.

Dat meldt het CBS op basis van nieuw onderzoek. Het aandeel (al dan niet gehuwde) samenwonende paren van wie een van de partners ten minste een bachelordiploma heeft, is toegenomen. Tegelijk daalde het percentage paren met beiden een middelbare of lagere opleiding. Personen met een middelbare opleiding hebben havo, vwo of een mbo-opleiding van niveau 2 of hoger afgerond.

Opvallend is dat Den Haag niet in de top-tien voorkomt. We vinden de stad bij het CBS pas terug op plek 16 met 37% aanwezigheid van hogeropgeleide paren; beter weliswaar dan Rotterdam (17e met 35%), maar een stuk minder dan de beide andere grote steden Utrecht (1e met 63%) en Amsterdam (3e met 54%). Groningen is tweede met 56%.

De verschillen worden volgens het CBS verklaard door het relatief grote aantal laagopgeleide niet-westerse migranten in Den Haag en Rotterdam.

Over het algemeen is het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking de afgelopen tien jaar sterk toegenomen. In de jongste leeftijdsgroepen zijn meer vrouwen dan mannen met een hogere opleiding. Zo had in 2016 ruim 45 procent van de 25- tot 45-jarige vrouwen minimaal een bacheloropleiding afgerond, tegen 39 procent van de mannen in die leeftijdscategorie. Tien jaar eerder was er nog geen sekseverschil. Toen was iets minder dan een op de drie mannen en vrouwen hoogopgeleid.

Print Friendly, PDF & Email