Vijf spanten van het oude stoomtramstation in Scheveningen komen terug naar Den Haag. Ze werden, na in de Tweede Wereldoorlog te zijn beschadigd, hergebruikt in een bedrijfshal in Delft. Omdat dit gebouw in de toekomst plaats gaat maken voor herontwikkeling, heeft Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft met de gemeente Den Haag afgesproken dat de spanten terug kunnen naar hun plaats van oorsprong.

Het stoomtramstation in Scheveningen werd gebouwd in 1897, als onderdeel van de allereerste stoomtramlijn van Nederland. Deze vervoerde passagiers tussen Scheveningen en het toenmalige station op de plek van het huidige Den Haag Centraal. De sierlijke, ijzeren spanten vormden de draagconstructie voor de perronkap van het Scheveningse station. Nadat het tramstation zware oorlogsschade had geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd het gesloopt.

Enkele jaren later, in 1953, doken de spanten op in Delft. De heer L. Haring liet aan de Abtswoudseweg een bedrijfshal bouwen voor zijn bedrijf in lasbenodigdheden. “Daarbij werden vijf van de oude ijzeren spanten gebruikt die naar verluid afkomstig waren van het gesloopte tramstation van Scheveningen,” zo valt te lezen in de bouwhistorische notitie die de gemeente Delft hierover schreef. Waarschijnlijk heeft een sloper de spanten van het station aangekocht en te koop aangeboden, waarna ze in Delft terecht zijn gekomen.

Historische waarde

Chris Dieke, adviseur monumentenzorg van Delft: “De spanten zijn van grote historische waarde. Niet alleen vanwege de bijzondere vorm, het materiaalgebruik en de constructiewijze, maar ook omdat ze een tastbare herinnering vormen aan het railverleden van Den Haag.”

De voormalige Haring-loods, die tegenwoordig HiTechCentreDelft huisvest, maakt over enkele jaren plaats voor herontwikkeling rond het spoorzonegebied. Hier verrijst het nieuwe stadsdeel Nieuw Delft, met onder meer een stadspark, ruim 1000 woningen en nieuwe voorzieningen. Isidoor Hermans, directeur Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft: “Het is fantastisch dat wanneer de loods wordt afgebroken, de spanten een nieuwe functie kunnen krijgen in Den Haag. Zo is de cirkel weer rond.”

Wethouder Karsten Klein van Den Haag is blij dat de spanten weer thuiskomen. “Het is historisch erfgoed en daar moeten we zuinig op zijn. We gaan met de Scheveningers in gesprek om te bekijken hoe we de spanten het beste kunnen gebruiken. Zij hebben daar zonder enige twijfel ideeën over. Het lijkt me dat ze ergens in de openbare ruimte in Scheveningen gebruikt gaan worden, zodat ze voor een ieder te zien zijn.”

(Stoomtramstation Scheveningen, ca. 1880; foto: C.P. Wollrabe sr. / Collectie Haags Gemeentearchief)

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel