Lente in Den Haag. Het was weer fijn om een paar weken ‘thuis’ te zijn. Even uit het gareel van officiële diners en ontvangsten. En alhoewel de zomers in Kiev (Oekraïne) lang, warm en mediterraan zijn, geniet ik toch van het totaal onvoorspelbare Haagse weer. Vallen de mussen soms van het dak van de hitte, een uurtje later komt er een fikse zeevlam opzetten en weet je niet hoe gauw je je luchtige kleren moet vervangen. Ik had met vrienden een afspraakje om buiten op een hip terras te gaan eten. De weersvoorspellingen waren prachtig. Ik zat nog geen seconde of een zware regenbui overviel niet alléén mij. Ook voor de uitbater was het geen feest, want alle ‘buiten tafels’ renden naar binnen om hun maaltijd daar voort te zetten. Een overvol restaurant waar de obers geen ruimte meer hadden om te lopen. Maar de sfeer was er niet minder om. Evenals de wijn, die rijkelijk vloeide en leuke gesprekken met onbekenden opleverde.

Dáár zijn wij Nederlanders altijd goed in. Force majeur en andere ongemakken vertalen in een gezamenlijkheid. Toffe jongens die we dan zijn.

Waar ik nog altijd een beetje triest van word, is het aangezicht van het huidige Scheveningen. Eens stond het Kurhaus nog in volle glorie aan het einde van de Badhuisweg. En, hoe belangrijk, kon je de zee zien zodra je de kust naderde. En dat is – uiteindelijk – toch de bedoeling van een badplaats. De strandpaviljoens waren nog van een heerlijke simpelheid waar het goed toeven was. En ach, die kip met appelmoes smaakte tóch wel, daar aan zee. Nu is het een strak geheel met veel te veel beton, patat en cola. De strandtenten doen hun best, maar halen het niet bij die aan de Franse kust. En als je nu tóch de hele boulevard gaat verbouwen, hoef je het wiel toch niet meer opnieuw uit te vinden? Voorbeelden genoeg van ouderwetse badplaatsen die wél de tand des tijds hebben doorstaan met de juiste aanpassingen.

En eigenlijk is allemaal begonnen met de aanpak van de projectontwikkelaar Zwolsman in de jaren 60. Die zou van het chique, maar enigszins saaie Scheveningen wel een toeristenparadijs maken. Geld speelde geen enkele rol en zo kon hij bestuurlijke druk uitoefenen om zijn zin door te drijven. Met alle gevolgen van dien. Het prachtige badhotel aan de boulevard (ik lunchte er menig keren met mijn vader, die altijd een glaasje sherry als aperitief bestelde ) heeft jaren leeggestaan zodat Zwolsman c.s. (die het had gekocht) het uiteindelijk kon afbreken. Om het later vol te stouwen met fantasieloze gebouwen.

Ik houd mijn hart vast, nu is besloten om ook de andere kant van de boulevard eens grondig aan te pakken. Weliswaar kan het niet slechter dan het nu is, maar ik heb niet zoveel fiducie meer in de planmakers bij de Haagse gemeente.

Bizarre voorstellen van wethouders zouden moeten worden afgestraft. Hierbij denk ik aan de prachtige waterpartij die opeens – volgens een serieus voorstel van deze man – moest veranderen in een Central Park met betonnen wandelpaden en plastic (!) zwanen in het water.

‘Bezint eer ge begint’, zou als slogan de gemeente Den Haag niet misstaan.

Print Friendly, PDF & Email

Reageer op dit artikel