Op twee gemeenten na hebben alle 53 aandeelhouders van Eneco zich uitgesproken over een mogelijke verkoop van het energiebedrijf. De raadpleging liep gisteren af. In lijn met de wens van een ruime meerderheid worden nu de mogelijkheden voor een verkoop of beursgang in kaart gebracht.

Het aandeelhouderschap van de gemeenten stond ter discussie door de afsplitsing van netwerkbedrijf Stedin. Daarmee heeft Eneco volgens voorstanders van een verkoop geen openbare nutsfunctie meer. Maar sommige gemeenten – zoals Den Haag dat tegen verkoop stemde – vrezen dat de duurzame koers en de werkgelegenheid in het gedrang komen en willen hun stukken houden.

Alle verkoopopties worden de komende periode zorgvuldig onderzocht, van een beursgang tot een verkoop door middel van een veiling. Een definitief besluit valt pas na de gemeenteraadsverkiezingen die in maart volgend jaar worden gehouden. Alle gemeenten moeten dan afzonderlijk opnieuw een afweging maken.

Voorstanders van een verkoop zijn op dit moment goed voor net geen driekwart van de aandelen. Dat betekent dat een eventuele koper zich niet op voorhand verzekerd weet van de meerderheid die nodig is om de statuten te wijzigen en volledige zeggenschap te verkrijgen bij Eneco. Dat kan de verkoopprijs drukken.

Aan de andere kant heeft ook geen kwart zich uitgesproken tegen een verkoop. Dat komt doordat twee gemeenten nog geen besluit hebben genomen. In Uithoorn stemt de gemeenteraad op 2 november over het collegevoorstel om mee te doen aan het verkoopproces. Aalsmeer heeft besloten de uitkomst van die procedure af te wachten.

Personeel, ondernemingsraad en enkele grote klanten van Eneco hebben de aandeelhouders de laatste tijd opgeroepen verder te kijken dan alleen naar de miljarden die een verkoop naar verwachting kan opleveren. Zelf neemt het bedrijf formeel een neutraal standpunt in, al hamert het wel op voortzetting van de eigen duurzame strategie.

Print Friendly, PDF & Email