Tussen 2012 en 2017 is het aandeel personen dat via internet communiceert gestegen van 57 naar 84 procent. In 2017 gebruikte 63 procent van de bevolking in de afgelopen drie maanden een sociaal netwerk als Facebook of Twitter. In 2012 was dat nog 48 procent.

Meer dan 9 op de 10 jongeren (18 tot 25 jaar) gebruikte in de afgelopen vijf jaar sociale media. Oudere leeftijdsgroepen liepen in deze periode een deel van hun achterstand in. In 2012 gebruikte nog 1 op de 10 65-plussers sociale media, in 2017 was dat de helft.

Personen met relatief veel sociaal contact hebben meer ‘voordeel’ van hun digitale activiteit dan anderen. Er is dus sprake van een ‘rich get richer-model’: wie al een stevig sociaal netwerk heeft, zal dit via internetgebruik versterken. Voor personen met zwakke sociale netwerken biedt internet niet of nauwelijks compensatie.

Het CBS in Den Haag concludeert dit naar aanleiding van een eigen analyse van relevante statistieken op het gebied van individualisering. Daaruit blijkt verder dat internet in korte tijd een belangrijk middel is geworden om een partner te vinden. Van de partners die tussen 1998 en 2003 gingen samenwonen, had nog minder dan 2 procent elkaar via internet ontmoet. Vijf jaar later was dit al bijna 10 procent. Tussen 2008 en 2013 bedroeg dit aandeel ruim 13 procent van de nieuwe samenwoners. De groei van internet op de relatiemarkt komt vooral van veertigplussers.

Vrijetijdsbesteding, zoals uitgaan en op vakantie gaan, is nog altijd de meest voorkomende manier om een partner te ontmoeten, maar de rol hiervan loopt terug. Dat geldt ook voor ontmoetingen via een vereniging (sport of hobby) of via de kerk.

Print Friendly, PDF & Email