Ik was nét op tijd geland om mij haastig naar Hotel Des Indes te begeven. Sommige recepties zijn gewoon gezellig en wil je – als het even kan – niet missen. Dit is er één van. Voor de zevende keer werd een wel heel zware glossy ‘Bij ons in de Residentie’ gelanceerd. Ik schat deze laatste uitgave zo op een kilo of twee. Maar als je deze hebt gelezen, dan weet je bijna álles wat er te weten valt over het Haagse (bedrijfs)leven. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat de initiatiefnemer/hoofdredacteur – voor de allereerste uitgave – mij belde voor een interview. Hij wilde dolgraag wat meer weten over het wel en wee van een Haagse in het buitenland. Zwierend aan de arm van haar diplomaat.

Het eindigde met een spraakmakend interview én een foto op de cover en als ‘centerfold’. Mooie tijden. Zoals elk jaar waren er, traditiegetrouw, Paul van Vliet met een korte, maar prachtige conference, en Maya Meyer, zakenvrouw en weldoenster. Deze keer was onze nieuwe en sympathieke burgemeester Pauline Krikke ook van de partij. Ze begint al aardig aan ons Haags jargon te wennen.

Véle bekende gezichten riepen herinneringen op. Aan mijn werkzame leven vóórdat ik de grenzen overtrok. Met mijn toenmalige kantoorgenoot Kaya (van Kooy) van ons gezamenlijke PR-bureau waagden we destijds een zakelijk grote stap. No guts, no glory was en ís, nog steeds, mijn motto.

Het initiëren, organiseren en realiseren van een ‘Koninginnegaladiner’ voor de top van het bedrijfsleven, de gouverneur van onze Residentie, de burgemeester, de hoofden van de krijgsmachten en – last but not least – leden van de hofhouding.

Ze kwamen allemaal.

We hebben vele hobbels moeten nemen, een Stichting opgericht, een bestuur aangesteld, sponsors gezocht. Maar succes hadden we.

Jarenlang was dit zakelijke evenement niet meer weg te denken uit Den Haag. Maar blijkbaar komt aan alles eens een einde. De gerestaureerde fontein in onze Hofvijver is – als enige – nog overgebleven als blijvend aandenken aan die bruisende avonden. Die spuit weer zoals het moet. Als je goed zoekt, vind je langs de zijkant een koperen bord van dank aan onze’ Stichting in Bedrijf’.

Eén van de toenmalige bestuursleden, die ik sprak in Des Indes, vertelde me dat het nu hélémáál passé is om zulke gala’s te geven. Dat je niemand zo gek meer krijgt. Ik vraag het me af. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan…

Bij vertrek lachte de portier, die al jarenlang het frontgezicht van Hotel Des Indes is, me zeer vriendelijk toe. De taxi stond klaar en zo reed ik de donkere, kille nacht in. Maar met een warm hart. Op naar vast een verrássend 2018!

Print Friendly, PDF & Email