Dagblad070 | Vreugdevuren niet hoger meer dan 10 meter

Vreugdevuren niet hoger meer dan 10 meter

mainImage

Het is "ondenkbaar" dat eventuele vreugdevuren in Duindorp en Scheveningen tijdens de jaarwisseling nog hoger kunnen worden dan 10x10x10 meter, de maximale omvang die de Haagse brandweer adviseert. Waarnemend burgemeester van Den Haag Johan Remkes zei dat donderdag tijdens zijn eerste gemeenteraadsvergadering in de stad.

Volgens het brandweeradvies kunnen brandstapels van deze omvang alleen "onder strikte condities" worden aangestoken. Of de vuren komende jaarwisseling doorgaan, is nog de vraag. Voor de bouw van vreugdevuren is voortaan een vergunning vereist en die is nog niet afgegeven. Dat geldt overigens ook voor twee andere vreugdevuren in de stad. Raadsleden dringen aan op duidelijkheid over de criteria.

Remkes gaat vrijdag praten met twee stichtingen die vuren willen aansteken. De club uit Scheveningen heeft inmiddels een vergunning aangevraagd, de bouwers uit Duindorp nog niet. De eerste vraag van Remkes: "Wie van u kunnen wij verplichtend als serieuze gesprekspartner zien?"

Het 45 meter hoge vreugdevuur in Scheveningen resulteerde tijdens de vorige jaarwisseling in een enorme vonkenregen, die forse brandschade veroorzaakte. Het dorp ontsnapte aan een ramp, memoreerden diverse raadsleden, die herhaling koste wat kost willen voorkomen. Remkes benadrukte dat "100 procent veiligheid niet bestaat". De enige optie is dan 'nee' zeggen, aldus de burgemeester. De gemeente gaat schade die nog niet is vergoed nog dit jaar "ruimhartig" afhandelen, zegde hij toe.

Enkele kleine partijen willen de vreugdevuren dit jaar overslaan. Zij vinden het te kort dag om goede plannen te maken. De meeste partijen lieten wel ruimte voor vreugdevuren. De veiligheid moet dan wel voorop staan.

Het uit de hand lopen van het vreugdevuur kostte burgemeester Pauline Krikke haar positie. Ze stapte op nadat de Onderzoeksraad voor Veiligheid harde conclusies had getrokken, onder meer over het gebrek aan handhaving van afspraken.


Foto: Digitaal Dagblad