Het is mei 1940, Nederland is bezet. Indië niet. De schok van de bezetting werd in Indië diep gevoeld. Gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer hield voor de NIROM een toespraak. Daarin wees hij ook op de consequenties: 'De staat van beleg is met ingang van dit oogenblik afgekondigd voor den geheelen archipel.'
De staat van beleg. Dat gaf meer mogelijkheden tot onwelkomen of verdachte bijeenkomsten te verbieden. De landvoogd riep ook iedereen - 'Nederlanders en Nederlandsche onderdanen'- om gehoorzaamheid te tonen aan het gezag.
Greep houden.
Voorkomen dat hier in Indië de onderdanen (zijnde Indonesiërs) kansen zien om zelf gezag uit te gaan oefenen.
In het vrije Indië ontstond snel een nieuw zelfbewustzijn. 'Wij' zijn nu Nederland en wij gingen het moederland helpen. In deze sfeer ontstond het Spitfire fonds, waarover op 10 september 1940 het Bataviaasch nieuwsblad schrijft: 'Het doel van dit fonds is beperkt tot het verzamelen van gelden voor den aankoop van een of meer Supermarine-„Spitfire"-gevechtsvliegtuigen onder de leden van de Britsche gemeenschappen, van wie velen tot dusverre voor hetzelfde doel geld zonden naar Singapore."
Dat sprak aan: Indië zou geld inzamelen, dat naar Engeland sturen en daar konden Spitfire - vuurspuwer - vliegtuigen mee gefinancierd worden. Dat hielp Nederland.
Wat een Spitfire was, wist iedereen. De 'venijnigste jager ooit gebouwd' had de Deli Courant eerder gekopt bij een uitvoerig artikel over het vliegtuig. Het was snel in de lucht, gevaarlijk met 'acht mitrailleurs, die ieder een regen van twaalfhonderd kogels per minuut spuwen' en 'goed bestuurbaar, ook bij lage snelheden.' Bovendien: 'De constructie is geheel berekend op herstellingen aan het front, waar men niet beschikt over compleet uitgeruste werkplaatsen.'
Indië begon geld in te zamelen, en hoe. Geld inzamelen op verenigingen en sociëteiten, geld verdienen met activiteiten en acties, en de kranten juichten. In september 1940 heette het al: 'De giften stroomen binnen!'
Dat was zo. Duizenden en duizenden guldens. Dr L. de Jong meldt een bedrag van zeker 5 miljoen voor 1940, over 1941 ontbreken de cijfers. Miljoenen. In die tijd. Een fortuin keer tien.
Achter de schermen van de openbaarheid gebeurde meer dan geld inzamelen. Bij De Jong vond ik een uitvoerige beschrijving van de politieke onderhandelingen, de vorming van nieuwe internationale commandostructuren, de verhoging van weerbaarheid van Indië, de pogingen om Japan te doorgronden. Beklemmend. Evenzeer dat een kleine groep topofficieren wist hoe slecht de defensie van Indië er voor stond. Als Japan aanviel, zou het een kwestie van tijd zijn tot de capitulatie.
Geen nieuws dat je naar buiten wilt brengen.
Indië bleef inzamelen. De Koninklijke Militaire Academie werd in Bandoeng geopend, met toespraken waarin het moreel ook al hoog werd gehouden.
Er werden nieuwe fondsen en andere commissies opgezet, een en ander fuseerde, splitste zich af, hoe gaan die dingen. Het geld voor de Spitfires bleef stromen.
Wat een contrasten.
Nederland bezet, Indië vrij.
Euforisch miljoenen inzamelen.
Indië weerloos.
En toen viel Japan aan.
https://www.indischeschrijfschool.nl