mainImage

Alleen patsers dragen nog een horloge

13 augustus 2022, 11:04 uur
Columns

Ergens in het najaar van 1995, dus inmiddels meer dan een kwart eeuw geleden, kreeg ik van mijn werk een mobiele telefoon. Diezelfde dag heb ik mijn horloge afgedaan, in een lade gegooid en nooit meer gedragen. Waarom zou ik nog zo’n knellend ding om mijn pols dragen als je de tijd ook op je telefoon af kan lezen? Een horloge behoort nu tot dezelfde categorie als de telefooncel, een cassettebandje of een encyclopedie. Iets achterhaalds uit vroegere tijden.

Ik zie mijzelf nog aan de hand van mijn moeder de juwelierswinkel in het centrum binnenstappen. Het moet daags voor mijn 12de verjaardag zijn geweest, want bij die leeftijd paste in de ogen van mijn ouders een echt herenhorloge. Nog maar een half jaartje immers en ik zou naar de middelbare school gaan. Daar had je in het rooster soms tussenuren vrij, daar begon je ook de ene dag later dan de ander. Dan was het zaak de juiste tijd bij je te dragen.

Mijn moeder zwichtte voor mijn smeekbede een horloge met datum aan te schaffen. Die was ietsje duurder, maar helemaal state of the art. Verwijtend klonk het wel 'dat 't bij mij ook nooit eens gewoon kon, dat ik altijd iets bijzonders wenste'. Maar ik was de koning te rijk. Een goudkleurige kast en een zwart leren bandje. Keurig in een doosje, van binnen gevoerd met beige fluweel en aan de buitenkant bekleed met zwart imitatie-leer toog ik naar huis met mijn splinternieuwe klokje van het merk Lasita. 

Hochheimer

Die naam Lasita staat in mijn geheugen gegrift, want een horloge was een serieus cadeau. Heel iets anders dan een brandweerauto met uitschuifladder of een leren voetbal. Tot de dag van vandaag verkeerde ik in de veronderstelling dat Lasita een uurwerk van Italiaanse makelij was. Maar Wikipedia hielp me zojuist uit de droom. Het gaat om een Nederlands merk, sinds 1954 op de markt gebracht door de firma Hochheimer uit Amstelveen. De naam is een samentrekking van twee meisjesnamen. 

Sinds 2018 is Lasita eigendom van groothandel Beers Wholesale uit Heemskerk. Het zou me niets verbazen als ze nu in China worden vervaardigd door gevangen gezette Oeigoeren. De goedkoopste Lasita doet €19,95, de duurste €299. De Lasita’s uit de hedendaagse collectie die het meest op de mijne lijken - met de datum op 3 - staan allemaal geprijsd voor €69,95. Op Marktplaats zie ik een gereviseerd vintage exemplaar uit de jaren zestig, waarvoor €139 wordt gevraagd.

Het is even zoeken naar mijn allereerste horloge. Maar ik vind mijn oude Lasita terug temidden van curiosa als het speldje dat me werd toegestuurd bij mijn 25-jarig lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, een dasspeld in de vorm van een pollepel, een medaille van de City-Pier-City-loop en de manchetknopen die ik kreeg nadat ik een expositie had geopend in het Louis Couperusmuseum. Zonder bandje en het glas nogal bekrast. Er liggen ook nog wat andere uurwerkjes, stuk voor stuk van onbeduidend fabrikaat, zoals Velona: een huismerk van het ter ziele gegane V&D.

Swatch

Begin jaren negentig werden horloges ineens op grote schaal een mode-artikel. De digitalisering van de uurwerken maakte de productie simpeler en dus stukken goedkoper. Vooral de hippe kunststof exemplaren van Swatch droegen bij aan de trend: Zwitserse precisie voor weinig duiten. Zoals mensen ineens diverse brillen in verschillende modellen en kleuren als accessoire droegen, zo werd het plots ook de gewoonste zaak van de wereld om telkens verschillende uurwerken te dragen.

Tot iedereen een mobieltje had. Ik ken tegenwoordig eigenlijk niemand in mijn omgeving die nog een horloge draagt. Een enkeling heeft wel een smart Watch, waarop je berichten kunt ontvangen, je bloeddruk meten en het aantal stappen dat je zet. Maar gaat het je alleen om de tijd, dan voldoet de telefoon; daar kun je ook ook nog een wekker op instellen of een melding, desgewenst uitsluitend als trilsignaal. Er is geen enkele noodzaak meer om zo’n zweterig ding om je pols te dragen.

Maar er blijkt een buitencategorie. De patsers met een Rolex, een Patek Philippe of Jaeger-Lecoultre. Dat zijn klokjes die moeiteloos 50.000 tot 100.000 of zelfs 500.000 euro kosten. Dat zijn uurwerken waar de dragers zelden op kijken, maar waarvan ze graag willen dat andere ernaar kijken. Het zijn horloges die uitschreeuwen: kijk mij eens succesvol zijn! Types als Ali B, Lil’ Kleine en Gordon; die prompt ook van hun kostbare kleinood worden beroofd. 

Dusan Tadic

Ook voetbalmiljonairs tooien zich graag met peperdure patserklokkies. Die combineren immers heel mooi met al die tatoeages. Tja, je moet toch wat met je geld. En je draagt zo’n uurwerk van een paar ton niet alleen goed zichtbaar, nee je showt het ook nog uitbundig op Instagram. Daarna is het een kwestie van wachten tot de rovers bij je woning opduiken. René van der Gijp, Eran Zahavi, Sergio Peña, Gabriel Magalhães en Nicolas Otamendi kunnen ervan meepraten, evenals nu Ajax-aanvoerder Dusan Tadic.

Die geroofde horloges vinden natuurlijk gretig afzet in het criminele circuit, want ook drugdealers, afpersers en pooiers ontlenen hun status aan uiterlijk vertoon. Het heeft allemaal iets zieligs; nee, niet dat die horloges met geweld worden geroofd - al is dat natuurlijk traumatiserend - maar het is toch triest dat mensen zich op deze manier denken te moeten manifesteren. Dat je je gevoel voor eigenwaarde ontleent aan een horloge met de waarde van een villa. En ik weet zeker dat al die patsers een stuk minder blij zijn met hun klokkie dan ik destijds was met mijn Lasita.