Dagblad070 | Als ADO wint mis ik ook Holland Sport weer

Als ADO wint mis ik ook Holland Sport weer

mainImage

Een stad als Den Haag ziet er op maandag altijd heel anders uit als op zondag ADO gewonnen heeft. Vroeger al. Dan kwam iedereen op bitteruur samen in de Wiener Konditorei waar de Oostenrijkse voetbaltrainers Franz Fuchs en Ernst Happel hun stamtafel deelden met Elek Schwartz. Als Hans Kattenburg er was hoefde niemand te betalen. In dat geval had ook Holland Sport gewonnen.

Ik had een zwak voor Holland Sport. Het bood uitgebluste ADO’ers een tweede leven. Maar ook aan Bennie Muller en Hassie van Wijk uit Amsterdam. Ik heb het al vaker gezegd en blijf het herhalen: als ik het geld had van John van Zweden en Kees Jansma kocht ik de heilige grond van Houtrust en begon er een nieuw Scheveningen Holland Sport. Zou gezellig zijn.

ADO heeft zo’n dependance gewoon nodig nu ook RVC niet meer bestaat.

Laatst heb ik mijn plannen weer eens terug gelezen en wie weet dien ik ze ooit nog eens bij Richard de Mos in. Die houdt wel van avontuur. Ik liet ook onmiddellijk op kosten van zeevissers een heuvel maken en bouwden daarop een theehuis van waaruit ik me zou laten frapperen door het wonder van een overdekte tribune van palmhout, even breed als toen, met op het veld voetballers in zo’n vaal groen shirt met een V zonder die smerige reclame.

Een shirt met knopen. Broeken met een touwtje en kicks met in de front een bol. Vanzelfsprekend zou Tommy Beugelsdijk van ADO mijn eerste aankoop zijn, enkele jaren later gevolgd door Lex Immers en de doelman van PEC, de kleinzoon van Holland Sport-trainer Cor van der Hart, ging meteen in het doel.

Jan-Hermen de Bruijn maakte ik president en Viola Holt-Van Emmenes, die in augustus 70 wordt, zou in oudhollandse truttigheid rondgaan met de kaakjes. Wel ouderwets kort gerokt zodat trainer Jan Boskamp haar iets te ver kon laten bukken als blijvende herinnering aan de oud-manager Dirk Nijs, die patent op die verzoeken had.

Wat een heel andere wereld zou dat ineens zijn, zo op een prachtige zondagmorgen boven in dat theehuis, kijkend naar de aankomst van spelers met woltvilthoeden en ondertussen luisterend naar Rachmaninoff’s Derde Pianoconcert in de wetenschap dat we die luisterlust elke veertien dagen in variatie gingen herhalen.

Lex Schoenmaker maakte ik op z’n ouwe dag gewoon trainer, met Jan Everse, de zoon van de oud-rechtsback, dagelijks op het veld. En bij  het ontkurken van een daverende Chateau Mouton Rothschild uit 1982 vroeg ik aan Ronald van der Geer, die inmiddels stadionspeaker was, of hij Theo Verlangen wilde aankondigen als technisch directeur, aannemende dat het goed met Theo gaat.

En eindelijk werd het dan zondag en zouden we met de inmiddels door Viola aangesneden Brie op het terras van het hoog geleden theehuis uitkijken in de vallei rond ouderwetse staantribunes en zouden we de worsttentjes zien, de sigarettenstalletjes, de kiosken en de moeders met de Maxi Cosi’s die er onbezorgd paradeerden om in het clubhuis de proost te horen van feilloos gecaste bezoekers ingekleurd aan die unieke bar met een originele koperen brouwketel met oneindig veel bier.
Heerlijk zo’n club.

En Sjaak Roggeveen? Die verkocht aan het loket de kaartjes.