Bureaucratisch bungeejumpen

mainImage

Chris Oomen, de founding father van zorgverzekeraar DSW uit Schiedam, vertrekt. Niet helemaal uit eigen beweging.  De Nederlandsche Bank voerde de druk op. Er moest, na 40 jaar Oomen, maar eens opvolging komen. Oomen gaf op Radio 1 tekst en uitleg. Wat mij opviel was niet zozeer de reden van zijn vertrek, maar vooral zijn beeld van het huidige tijdsgewricht. Meer in het bijzonder: de regeldruk.

Regeldruk, we horen het vaak en in verkiezingstijd héél vaak. Het klinkt simpel: wie wil er nou gebukt gaan onder regeltjes? Iedereen heeft op verschillende vlakken van het leven te maken met ergernis over regels waaraan voldaan moet worden. Dat roept al snel de reactie op dat de pennenlikkers van de overheid ons geselen met hun aan masochisme grenzende regelzucht. De oorlog verklaren aan regeldruk is dan ook een zeer welkom recept voor politici, het is per definitie populair.

Wat ik me dan afvraag is: waarom zijn wij zo’n regelzuchtig landje? En ik denk dat ik een begin van een antwoord heb: wij zijn het zelf die ervoor zorgen dat er zoveel regels zijn om ons aan te houden. We hebben zelf de dutch disease van de regeldruk laten ontstaan. We hebben ons eigen monster geschapen én gebaard. Hoe dan?

Het is de spanning tussen vrijheid en zekerheid die dit teweeg brengt. De paradox in onze wereld die mij ooit zo mooi beschreven werd door bijzonder hoogleraar aan de EUR Martijn van der Steen. Hij zei het ongeveer zo: ‘Wij leven in een wereld waarin we maximale vrijheid willen, maar geen risico aanvaarden. We willen van iedere bizarre klif af kunnen springen met een bungeejump, maar o wee als er iets mis gaat met het elastiek, dan vervolgen we de uitbater tot in het graf.’

De spijker op z’n kop. De zorg moest jaren terug beter maar bovenal goedkoper. Wie kon dat nou beter dan de markt? Dus veel verantwoordelijkheden verhuisden van overheid naar markt. Maar om ervoor te zorgen dat het niet uit de klauwen zou lopen, bedachten we regels, toezicht, regels over het toezicht en toezicht over de regels over het toezicht. Dit heeft ook een naam: de regelparadox.

En dit is écht Nederlands. Zo was ik in september voor mijn werk in Hamburg. Daar bezochten we kinderopvangorganisaties. De Nederlandse gasten verbaasden zich voortdurend over de inrichting van de kinderopvanglocaties: ‘Hier zit geen ombouw om de radiator. Hier zit geen vingerbeschermer op de deurkier. Enz…’. De Duitsers, op hun beurt, verbaasden zich erover dat wij daar in Nederland allemaal regels voor hebben. Dúitsers nota bene, de geestelijk vaders van de gründlichkeit.

Begrijp me niet verkeerd, ik pleit niet voor regelvrije Walhalla’s waar iedereen maar kan doen en laten wat hij of zij wil. Maar ik vraag wel uw gezonde verstand als we ons weer eens hooglijk verbazen over de bureaucratie in de jeugdhulp, de gekte rondom aanbestedingen en het cynisme van de regeldruk in het onderwijs.

Heb ik ook nog een begin van een oplossing? Lastig, maar in ieder geval moeten leiders en leidinggevenden in dit land durven ruimte en vrijheid te geven aan hun professionals. Ruimte en vrijheid om - vanuit hun professie - te handelen zoals de situatie vraagt. Maatwerk dus. Dat betekent dus dat die leiders en leidinggevenden zich niet moeten verschuilen achter regels en afvinklijstjes. Maar het vraagt bovenal de moed van leiders en leidinggevenden om vóór hun mensen te gaan staan als er een keer iets misloopt. Uit durven leggen, al is het met een Nieuwsuur-camera op je hoofd, dat je gelooft in professionele vrijheid en dat het mensenwerk is, waarbij er ook weleens iets mis kan gaan. Óok als we dat met z’n allen niet tolereren.

Het is aan politieke leiders om de eerste stap te zetten. Regel het niet dicht, maar heb de moed om voor mensenwerk te staan, ook en juist als het fout gaat. Politiek is niet voor bange mensen…