Dagblad070 | De berg komt niet naar Mohammed

De berg komt niet naar Mohammed

mainImage

Het is wat mij betreft simpel. Mag je dit een rotland vinden? Ja dat mag je. Mag je bekrompen ideeën hebben over homoseksualiteit? Dat mag ook. Mag je een traditionele rolverdeling willen binnen je huwelijk? Zeker. Mag je ‘gewoon vroom’ willen leven? Maar natuurlijk. Mag je zoveel mogelijk willen leven zoals een groepje dat in het Midden-Oosten deed zo’n 1400 jaar geleden? Ja, het lijkt mij erg onpraktisch, maar dat mag je ook.

In Nederland heb je die vrijheid. Je hebt die vrijheid onder slechts één voorwaarde: dat je de vrijheid om ongestoord je eigen pad te kiezen ook aan anderen geeft. 

Vrijheden zijn er niet om voor jezelf op te eisen, uit te kauwen en over een ander heen te spugen. Vrijheid is er alleen voor wie die vrijheid netjes doorgeeft. Met twee handen en een glimlach.  

Dus wat niet mag, is kleine kinderen aanleren dat homoseksualiteit eigenlijk gestraft hoort te worden met de dood. Of kleine kinderen leren dat ze niet met andersgelovigen, minder-gelovigen of niet-gelovigen horen om te gaan. Dat mag niet. Of kleine kinderen aanleren dat de buitenwereld bedreigend voor ze is, en vijandig naar ze is, en dat hier geen plek voor ze is. Dat mag niet

Het interesseert me niet onder welke vlag zoiets gebeurt, of dat nou een religie is, een ideologie, of wat dan ook. Dat maakt het niet erger dan het is. Maar dat maakt het ook zeker niet acceptabeler dan het is. Het naakte feit is dat beloftevolle en weerloze kinderen een wereldbeeld vol angst, afkeer en haat door de strot wordt geduwd. Het is radicale indoctrinatie, die pervers genoeg plaatsvindt met een beroep op de vrijheid. Vrijheid opeisen om daarmee de vrijheid aan anderen te ontnemen. Dat mag niet. Daar is geen enkele vrijheid voor bedoeld.  

Daarom was het vorige week zo pijnlijk om door NRC en Nieuwsuur bevestigd te zien wat velen al lange tijd vrezen: op sommige moskeescholen gebeurt dit allemaal al jaren wel. Daar moet een eind aan worden gemaakt, en dat is een lastig karwei.

Allereerst moet de financiering van religieuze instelling vanuit als Saudi-Arabië eindelijk worden gestopt. Ook moet de onderwijsinspectie ruimere bevoegdheden krijgen, zodat ook deze moskeescholen kunnen worden gecontroleerd. En er moet een handhaafbaar verbod komen om instellingen die onder de dekmantel van religie onze democratie ondermijnen. Mijn collega Dijkhoff heeft daar afgelopen week in de Kamer opnieuw het initiatief toe genomen – laten we hopen dat dat snel resultaat oplevert.

Maar de grote gemeenten zijn ook zelf aan zet. Binnen de moslimgemeenschap zelf is de weerzin tegen deze radicale indoctrinatie groot, en die weerzin moet gemobiliseerd worden. Bovenal moet de gemeente veel offensiever voor de rechten van die arme kinderen opkomen. Door samen met de politie, inlichtingendiensten, FIOD, Bouw- en Woningtoezicht zo veel mogelijk de instellingen waar die radicale indoctrinatie plaatsvindt te ontmoedigen en verstoren. En ook door de randen van de Jeugdwet en de Wet Kinderbeschermingsmaatregelen op te zoeken. We gaan hier allemaal mee aan de slag.

Aan wie denkt: ‘Mooi hoor, maar ondertussen gaat het gewoon door’, wil ik ten slotte nog iets kwijt. Dat klopt. Dat frustreert mij ook. Het is voor de kinderen in kwestie vreselijk, maar wij moet onszelf niet bedreigd voelen. Wat wij ons moeten realiseren is dat wij niet echt wat te vrezen hebben. Onze liefde voor vrijheid, voor elkaar, voor onze manier van leven, die is onwankelbaar. Daar kunnen nog geen miljoen fundamentalisten iets aan veranderen. Wij vormen met z’n allen een stralende berg, met bovenop het rood-wit-blauw en het groen-wit-groen, waar vanuit de hele wereld begerig naar wordt gekeken. Die berg wijkt geen millimeter, voor niemand. Als er íets is dat we mogen voelen, dan is dat zelfvertrouwen, en trots. In dat gevoel delen inmiddels ook ontzettend veel Hollandse moslims, die net zo van deze stad en dit land houden als ieder ander. Laten we hen eindelijk echt omarmen. 

En de fundamentalisten, die zitten vóór de berg, in onze schaduw, helemaal beneden in de modder. Elke dag kijken ze vol angst en gruwel naar die stralende berg, en ze lijden aan een grimmig en uitzichtloos bestaan. Ze ontzeggen zichzelf alles wat het leven hier zo mooi maakt en zullen nooit volwaardig kunnen meedoen in dit prachtige land.

Mijn boodschap aan hen is: zweer de haat af. Omarm gelijkwaardigheid, en vrijheid. Dan is er ook voor jullie plek op onze berg. Maar de berg komt niet naar Mohammed. De berg wijkt niet. Mohammed zal naar de berg moeten komen.