Dagblad070 | De kleurrijke Gerard zal nooit meer schoppen

De kleurrijke Gerard zal nooit meer schoppen

mainImage

De anekdote gaat dat er een goede-doel-gala in het Kurhaus plaats had. Het college van burgemeester en wethouders was met een eigen tafel prominent aanwezig. Op zeker moment vervoegde zich een medewerker van het Kurhaus aan de dis om te melden dat er een meneer bij de entree stond die zijn toegangskaart was vergeten en beweerde dat hij wethouder was. Toenmalig burgemeester Havermans keek even rond en vroeg schertsend: “Draagt hij een oranje broek, een groen jasje en één gele en één blauwe sok?” De medewerker knikte min of meer bevestigend. “Laat hem maar binnen. Dat is wethouder Van Otterloo!”

Gerard van Otterloo was letterlijk een kleurrijke figuur. Ik kan maar moeilijk bevatten dat hij ineens op 69-jarige leeftijd is overleden. Er was een tijd - we schrijven tweede helft jaren zeventig - dat ik de wilde feesten bezocht in zijn huis in het Zeeheldenkwartier, een soort wooncollectief waar ook kunstenares Lukie de Bree en haar man pianist Gerard Bouwhuis deel van uitmaakten. Heel progressief Den Haag kwam er tot diep in de nacht dansen. 

PvdA-gemeenteraadslid Gerard van Otterloo onderscheidde zich in die post-hippie-periode van zijn omgeving door een veelkleurige outfit. Alsof hij toch nog een beetje in flower power geloofde.

Toch was Gerard van Otterloo alles behalve een zweverige dromer. Hij was buitengewoon intelligent, kon strategisch en zeer ‘to the point’ denken en raakte licht geïrriteerd als anderen zijn snelle gedachtegang niet meteen wisten te volgen. 

Gerard droeg meer tegenstrijdigheden in zich. Zo zachtaardig en meegaand als hij aan de ene kant was, zo onverzettelijk en koppig kon hij aan de andere kant zijn. Opmerkelijk was ook zijn jarenlange vriendschap met de alles behalve populaire PvdA-collega Constant Martini, die vanwege zijn sluwe manipulaties binnen de gemeentepolitiek afwisselend als Raspoetin en de Haagse Machiavelli werd aangeduid. Waar Martini zich vooral als machtsdenker manifesteerde, toonde Van Otterloo zich liever de man van de logica.

Die logica bracht Van Otterloo ook op het idee een nieuw stadhuis aan het Spui te bouwen. Hij heeft er nooit de credits voor gekregen, maar de suggestie voor de plek kwam van hem.

Gerard was inmiddels wethouder, evenals Martini en partijgenoot Adri Duivesteijn. Tijdens een retraite van B en W op Kijkduin, al wandelend langs het strand, moet Duivesteijn hebben verzucht dat hij nu dat lelijke nieuwe stadhuis van zijn VVD-voorganger Nyqvist op het Burgemeester de Monchyplein moest realiseren. Waarop Van Otterloo suggereerde het oude plan gewoon af te blazen en op de hoek van het Spui en de Kalvermarkt iets bijzonders te bouwen. Het gemeentebestuur manifest terug in het centrum van de stad!

Het is de verdienste van Duivesteijn geweest, dat hij die ommezwaai inderdaad politiek mogelijk heeft gemaakt; een extra grote prestatie omdat Duivesteijn eerder een verklaard tegenstander was van de bouw van een concertzaal en danstheater op het Spui. Maar die zalen waren inmiddels een feit en Duivesteijn had daar zelfs een vervolg aan gegeven door het Theater aan het Spui mogelijk te maken.

Aanvankelijk rukten de twee PvdA-bestuurders samen op om het Spui nog die extra impuls te geven met een nieuw stadhuis. De grote botsing tussen de stedenbouwkundige Van Otterloo en actievoerder Duivesteijn kwam, toen de een het ontwerp van architect Rem Koolhaas wilde en de ander voor Richard Meier koos. Dat was in feite een keus tussen gewaagde modernistische architectuur of politieke haalbaarheid.

Ik voetbalde in die jaren elke zaterdag met een groepje vrienden op het grasveldje voor de toenmalige jeugdherberg Ockenburgh; een gemêleerd gezelschap waarvan de kern in de jaren zestig was gevormd op de HBS van het Sint Janscollege. We speelden met kleine demontabele goals, uitbal of buitenspel bestond niet en een doelpunt gemaakt met het hoofd telde dubbel.

Gerard maakte op zeker moment ook deel uit van die curieuze groep weekend-sporters, maar echt voetballen deed hij niet. Gerard van Otterloo verdedigde alleen en deed dat op een onverzettelijke manier waar Jaap Stam bewondering voor zouden hebben. Als een massief rotsblok dook hij met ware doodschoppen voor elke aanvaller op en het was nagenoeg onmogelijk om ongeschonden langs hem te komen.

Diezelfde houding nam Gerard aan toen Duivesteijn vol op het stadhuis-ontwerp van Richard Meier afkoerste. Hij maakte zich als wethouder van financiën breed en schopte er op los met reeksen cijfers die moesten aantonen dat er te weinig vierkante meters in het plan zaten en dat de exploitatie gigantische verliezen zou opleveren. Maar de overmacht bleek te groot. Duivesteijn voorzag dat hij alleen een meerderheid in de gemeenteraad kon halen met het ingetogen ontwerp van Richard Meier en bedreef wat de Duitsers zo mooi omschrijven als ‘Realpolitik’.

De verscheurende broederstrijd betekende zijn vertrek uit de politiek. Onze wegen gingen uiteen en wij beiden lieten ook het zaterdagse voetbal voor wat het was. We kwamen pas jaren later weer een keer samen op het gras om een wedstrijd te spelen ter nagedachtenis aan Peter Bank, een deelnemer van ons clubje die na een hartinfarct dood op hetzelfde veldje was achtergebleven. Inmiddels is ook Hans Sneijder, voormalig exploitant van de Pizza Hut, voor altijd uitgespeeld. En nu dus Gerard van Otterloo. Niemand zal ooit meer, afstormend op het goal, stuk lopen op een enorm rotschop van deze sympathieke, onverzettelijke Hagenaar. En dat doet nog veel meer pijn.