Dagblad070 | De paal van Adri

De paal van Adri

mainImage
Afbeelding is niet meer beschikbaar

Hoe word je als wethouder herinnerd? Hoe maak je jezelf een beetje onsterfelijk? Wie weet nog dat wethouder Maarten Vrolijk in 1961 tegen de stroom in als eerste subsidie gaf aan het Nederlands Dans Theater en daarmee financieel de basis legde voor een wereldberoemd balletgezelschap? De meeste grote namen van pakweg veertig, vijftig jaar geleden zijn nu al volstrekt vervlogen. Nuy, Van Hagen, Van Lier, Happel… wie zegt het nog wat? Zelfs de aimabele en immens populaire Piet Vink is compleet vergeten. De naar hem genoemde vereniging De Goudvink is al jaren geleden opgeheven.

Nee, als je het goed wilt doen, moet je iets groots bouwen. Zoals Franse presidenten dat kunnen. Maar dat is slechts enkelen gegeven. De drammerige Adri Duivesteijn klaarde het. Die subsidieerde met 1,2 miljoen gulden naast station CS een enorme ronde witte woontoren met bovenin een Chinees restaurant (waar nooit iemand kwam). Vanwege het niet aflatende rokkenjagersgedrag van de wethouder kreeg deze betonnen erectie al snel de bijnaam ‘de paal van Adri’. Marnix Norder probeerde dit staaltje egotripperij te overtreffen met een kolossale M op het voorplein van het Centraal Station, maar zoals vrijwel al diens plannen mislukte ook dit.

Zo valt er in Den Haag voor wethouders een flinke Boulevard of Broken Dreams aan te leggen. Wallis de Vries zag zijn Koekamplus - een trambaan dwars door het groene hertenkamp - sneuvelen. Voor Fred van Lier gingen het Danstheater en de Operazaal bij het Circustheater in rook op. Chris Nyqvist had de eerste paal al geslagen voor een nieuwe stadhuis op het De Monchyplein, toen Gerard van Otterloo bedacht dat zo’n belangrijk instituut beter aan het Spui kon staan. En dus is Van Lier compleet vergeten, kreeg Wallis de Vries bij zijn overlijden nog nét een berichtje in de krant en ging Nyqvist de boeken in als degene die ’t 17de-eeuwse Heilige Geesthofje aan de Paviljoensgracht wilde slopen om een dwarsweg door het Oude Centrum te slaan. Maar het kan nog erger: Louise Engering zal altijd degene blijven die North Sea Jazz verspeelde aan Rotterdam en daarna landelijk bekendheid kreeg als de graaiende ambassadeursvrouw die tot in lengte der dagen wachtgeld trok.

Anonimiteit, vergetelheid en hoon, dat laat Rabin Baldewsingh zich niet gebeuren. Op de valreep slaat hij nog even zijn slag. Nou ja, slagje. De door zijn eigen partij als lijsttrekker terzijde geschoven wethouder wist weinig kleur aan zijn tijdperk als bestuurder te geven. Wat vooral blijft hangen, is hoe hij jarenlang Den Haag FM financieel liet bungelen om de lokale zender uiteindelijk te verkwanselen aan Omroep West. Hij was echter een stemmentrekker bij zijn Hindoestaanse achterban en daarom heeft de PvdA hem zo lang de hand boven het hoofd gehouden. Bleven ze zelfs naar hem luisteren als hij weer eens zijn eigen gedichten ging voordragen.

En nu krijgt Baldewsingh een afscheidscadeautje. Het failliete theater Concordia (een stukje verborgen Haagse schoonheid aan het Hoge Zand) wordt binnenkort voor een miljoen euro verbouwd tot Migratie Museum. De komende jaren pompt de gemeente - uit de pot van Baldewsingh - er elk jaar nog eens 350.000 euro in en vanaf 2028 moet de club op eigen benen kunnen staan met inkomsten uit exploitatie en horeca.

Waar hebben we dat businessmodel vaker gehoord? Wie is er ooit in het Volksbuurtmuseum in de Schilderswijk geweest? In 1993 werd het met veel bombarie geopend: een splinternieuw gebouwd museum (inclusief ontmoetingscentrum en theaterzaal) met aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van de 19de-eeuwse arbeiderswijk. Was het niet heel wat logischer geweest om het Haags Historisch Museum de middelen te geven het onderwerp een goede plek te gunnen? Als je nu Volksbuurtmuseum bij Google intikt, word je meteen doorverwezen naar Utrecht. Wat in de Schilderswijk resteert, is een marginaal theaterzaaltje dat om de zoveel jaar een nieuwe naam krijgt.

Maar goed, migrantenkind Baldewsingh krijgt straks zijn Migratie Museum. Er is hem vast al een plek in het bestuur of Raad van Toezicht toebedacht. De geschiedenis herhaalt zich. Want het Volksbuurtmuseum had natuurlijk alle kenmerken van een Migratie Museum. Schilderswijk, Transvaal, Spoorwijk en Laakkwartier werden destijds niet gebouwd voor woningzoekende Hagenezen. De sloebers die tegen het eind van de 19de eeuw massaal naar het snel groeiende Den Haag kwamen, waren vooral verarmde landarbeiders uit de provincie. Een halve eeuw later kregen hun nakomelingen gezelschap van Italiaanse gelukszoekers, van Surinamers, Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, Antillianen en na de onafhankelijkheid van Suriname heel veel Hindoestanen. Als je nu de argumenten bij het Migratie Museum hoort - verbinding tussen diverse culturen, integratie, educatie etc. - is het net alsof de oude notitie van het Volksbuurtmuseum in een nieuw hoesje is gestoken. En dan ook nog dit: het blijkt ineens geen bezwaar dat Rotterdam (met wie we tegenwoordig zo graag alles samen doen) met een soortgelijk instituut bezig is. Over een paar jaar en enkele miljoenen verder, stoppen we er hier immers weer net zo makkelijk mee. Misschien kunnen we het nieuwe Haagse initiatief nu reeds aanmelden bij het SBS6-programma ‘Van onze centen’, over blunders met overheidsgeld.


Foto: Digitaal Dagblad