Ooit ‘A long time ago in a galaxy far, far away’ heb ik de film ‘Lawrence of Arabia’ van David Lean in de bioscoop Cinerama gezien. Toen nog met het grootste doek van West-Europa. Nogal overweldigend die 70 mm films uit die tijd. Grootse vergezichten. Enorme close-ups. Je kwam ogen te kort. Een bioscoopervaring die niet meer bestaat.
De film vertelt het verhaal van T.E. Lawrence. Een officier in het Engelse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij is in zijn eentje verantwoordelijk geweest voor het smeden van de Arabische eenheid tegen het Turkse Ottomaanse Rijk. Lawrence verkeerde ook in de Engelse aristocratie met als belangrijkste tegenpool Mark Sykes. Over de laatste later meer.
In opdracht van ‘The British Empire’ moest Lawrence de Arabische stammen in het Midden-Oosten opzetten tegen de Turken want die hadden de kant van de Duitsers gekozen in de ‘Grote Oorlog’. Engeland dacht zo het Ottomaanse Rijk te verzwakken. En, dat lukte Lawrence. De film is behoorlijk historisch juist. Wel is er natuurlijk een menselijke draai aangegeven die niet helemaal na te gaan is. Maar dat is nu eenmaal film en cinema.
T.E. Lawrence overtuigde de bedoeïenstammen van onder meer koning Faisal I en de held van de Arabische opstand Auda Abu Tayi om samen te strijden tegen de Turken. In ruil voor, jawel, een Arabische staat in het gebied dat nu ongeveer bestaat uit Syrië, Libanon, Israël, Jordanië, Gaza, Westbank, Irak, Koeweit, de Golfstaten, Koerdistan en Saudi-Arabië. Kortom, het conflictgebied in een notendop. Onder leiding van de jonge officier T.E. Lawrence lukte dat. De Arabieren versloegen de Turken van het Ottomaanse Rijk.
Alleen kon er geen bedankje af. Achter de rug om van Lawrence trokken het ‘British Empire’, Frankrijk en Rusland een andere grens. De Sykes-Picot-overeenkomst. In 1916 werd er een rechte lijn in het zand getrokken door Mark Sykes en de Fransman François Georges-Picot waarmee het Arabische gebied in twee delen werd verdeeld. Een Frans en Engels gedeelte. Voor de Arabieren was er geen ruimte. In 1 middag werd met een liniaal in Londen een streep getrokken die nog steeds problemen en oorlog oplevert. Ongelooflijk, over ‘white supremacy’ gesproken. Twee beroepsdiplomaten hebben toen tot ver over hun graf geregeerd. Lawrence heeft het zijn tegenpool Sykes, die hij kende uit kringen rond Gertrude Bell (een voorvechtster van Arabische rechten), nooit vergeven.
Maar nu komt het meest bizarre verhaal. ‘Free, free, Palestine!’ We komen om in die vlaggen de laatste twee jaar. Je kan geen Holocaustmuseum openen of ze springen als sprinkhanen met die vlaggen erop. De Dokwerker was ook al niet meer veilig. Sterker, de tempels der wetenschap en empirisme worden bedolven onder die vlaggen. Ook worden ze regelmatig als gezichtsbedekking gebruikt door de antifada, extinction rebellion en andere verdwaalde actievoerders die de geschiedenis niet helemaal kennen. Narratief heet dat tegenwoordig. Er verschijnt zelfs een dwaallicht in de Tweede Kamer met een shirt van de Palestijnse vlag. Sterker, ik heb tasjes, jurken en een verdwaalde stropdas gezien met het design.
Allemaal heel leuk en lief. Ontwapenend soms. Naïef. En niet waar iedereen nu aan denkt. Het is nog erger. Men weet niet wat het aantrekt of waarmee men zwaait. Deze vlag is ontworpen door Mark Sykes net na de Eerste Wereldoorlog voor Palestina en Trans Jordanië (met ster). Jawel, dezelfde man die in opdracht van het Engelse Wereldrijk de Arabieren heeft verraden. Want Sykes was niet alleen een diplomaat. Hij was ook een kunstenaar, architect en ontwerper. En, ja daar sta je dan met je shirt, tas, jurk, sjaal, stropdas en vlag. Ontworpen en verzonnen door iemand die het ‘white supremacy’ uitoefende tijdens de Eerste Wereldoorlog. Want ja, waar wisten die Arabieren nou van? Toch zeker niets van vlaggen…