Dagblad070 | Een tramkaartje naar niemandsland

Een tramkaartje naar niemandsland

mainImage

Is dat dé manier om daklozen te helpen? Een tramkaartje naar Niemandsland?
Deze titel doet denken aan een liedje, een kinderverhaaltje, een sprookje, een film, misschien wel een titel van een boek. 

Maar het is niets van dit alles. Het tramkaartje naar Niemandsland is pure realiteit. Het tramkaartje is van Randstadrail en Niemandland is de gemeente Den Haag. In deze column neem ik u graag mee naar de schijnveilige wereld van de dak- en thuislozen.

Den Haag is centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen, de omliggende gemeenten, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer zijn regiogemeenten. De meeste opvangvoorzieningen, waaronder bijvoorbeeld de nachtopvangvoorzieningen, bevinden zich in Den Haag, wat feitelijk inhoudt dat daklozen uit de regiogemeenten hier in Den Haag opgevangen moeten worden. De financiële ondersteuning voor opvang vanuit de regiogemeenten komt vanuit het Rijk, dus deze opvang wordt niet betaald met gemeentegelden. Om u een indruk te geven: in 2019 zijn er vanuit de regiogemeenten 243 mensen doorgestuurd naar centrumgemeente Den Haag.

Op zich is dat natuurlijk prima! Mensen zonder huis moeten gewoon opgevangen worden, niemand mag tegen zijn of haar zin op straat slapen. Goed beleid dus, zeker als de opvang van deze mensen door het Rijk betaald wordt. Dakloos worden kan iedereen overkomen en juist nu in deze coronacrisistijd wordt gevreesd voor een groter aantal mensen dat op straat komt te staan.

Maar… de gemeente Den Haag heeft deze opvangplaatsen helemaal niet. Er bestaat een groot tekort aan plek in de nacht- en dagopvang. Een van de locaties, waar zowel dag- als nachtopvang mogelijk zoals de Sportlaan, wordt vanwege de verbouwing/nieuwbouw van het pand gesloten. De grote locatie aan de Zilverstraat, met 120 bedden werd, vanwege de vele overlast in een zwakke wijk zo’n twee jaar geleden gesloten. Echter zónder goede vervanging van het aantal bedden.

Het meest schrijnende vind ik zelf dat de regiogemeenten richting deze kwetsbare mensen de indruk wekken dat gemeente Den Haag wel degelijk beschikt over voldoende opvangplaatsen. Dakloze mensen die zich in wanhoop melden bij het loket van hun regiogemeente worden doorverwezen naar centrumgemeente Den Haag en krijgen een gratis tramkaartje. Een tramkaartje naar Niemandsland, want slapen in een bed is absoluut niet gegarandeerd. Weten deze mensen eigenlijk wel wat er speelt in Den Haag? Weten ze dat er niet voldoende plek is?  Waar moeten deze mensen gaan slapen? In hotel Des Indes of toch in het Zuiderpark, Haagse Bos of de duinen?

Waar is de gezamenlijke aanpak van dit probleem dat in menig Haagse wijk overlast veroorzaakt? Waar is de integrale visie? Wanneer gaat het bestuur van Den Haag in overleg met de tramkaart verschaffende buren? Wanneer klopt Den Haag bij het Rijk aan om duidelijk te maken dat het de toestroom van kansarmen niet meer aankan en dat het behoefte heeft aan regie? Wanneer maken we onderscheid tussen hen die hulp nodig hebben en hen - neem recent de overlastgevers op Scheveningen - die schromelijk misbruik maken van de al ernstig onder druk staande voorzieningen? 

Met het niet beantwoorden van bovenstaande vragen zetten de bestuurders mede-menselijkheid op het spel. Daarmee blijft een tramticket naar Niemandsland een sprookje zonder “en ze leven nog lang en gelukkig met een dak boven het hoofd”.


Monique van Stuijvenberg is fractievertegenwoordiger bij Hart voor Den Haag