Eer en ellende . .

25 May 2026, 16:44 uur
Columns
mainImage

De eer van een Militaire Willems-Orde in het Oost-Indische Leger (KNIL) is bekend. De toekenning, de trots bij de drager, de vermeldingen bij de naam in elk krantenartikel. En ook, bij een geliefd officier, de vreugde in de gelederen van zijn manschappen. In de militaire letteren kom ik uitbarstingen van blijdschap tegen, spontane bijeenkomsten, serenades, mannen die met hart en ziel die eervolle onderscheiding ondersteunen.

Maar zo gaat het niet altijd.

Er zijn veel situaties waarin de Militaire Willems-Orde juist ellende bracht. Neem nu de kapitein Van Daalen (1836- 1889), vader van de latere Atjeh-generaal Frits van Daalen.

Dit gebeurde er. De kapitein wordt voorgedragen voor de Militaire Willems-Orde wegens moedig en verdienstelijk gedrag tijdens de tweede Atjeh-expeditie. Dat verraste op zich niemand, want de kapitein stond uitstekend bekend. In 1869 is hij al adjudant van de commandant van het Indische leger Kroesen en chef van de Eerste Afdeling van het Departement van Oorlog. Zijn meerderen schrijven uitstekende beoordelingen op de conduitestaat, dermate positief, dat het helemaal niet uitgesloten is dat de kapitein op een goede dag commandant van het KNIL zal zijn.

Na de expeditie komt dus de voordracht voor de Militaire Willems-Orde, door generaal Van Swieten, de officiële commandant van die expeditie.

Kan niet misgaan, eigenlijk.

Maar de koning had nog geen handtekening gezet. En zonder Koninklijk Besluit is er geen toekenning.

Mei, 1874. De kapitein Van Daalen staat met anderen in Batavia te wachten tot de laatste troepen terugkeren.

Gouverneur-generaal J. Loudon is er ook.

De kapitein had gehoord dat de GG kritiek op hem had geuit. De GG wetend dat de kapitein gezegd heeft een eventueel uitgestoken hand van die GG niet aan te nemen.

Dat gaat mis.

Hier vindt het incident plaats dat als 'het handweigeren' de geschiedenis in ging. Met als gevolg:

de kapitein werd voor de krijsgraad gesleept, daarna werd hij eervol ontslagen, met behoud van pensioen maar zonder inkomsten voor zijn gezin, een smet op de naam Van Daalen, en dat terwijl zijn oudste zoon aan de Koninklijke Militaire Academie (Breda) zat en de voordracht voor de Militaire Willems-Orde werd ingetrokken.

Geen eer.

Wel ellende.

En daarbij kwam dat zowat heel Indië de zaak Van Daalen besprak, aan de tafels in de sociëteiten, in de kranten, er kwamen brochures en daardoor bleef er iets van controverse aan de naam Van Daalen kleven.

Vreselijk voor de kapitein en voor zijn zoon, de ambitieuze aanstaande officier Frits van Daalen. Hij kwam juist door die zaak nooit los van de positie zoon-van. Toen hijzelf in 1890 de Militaire Willems-Orde (vierde klasse) kreeg, stond dat zo in de Java Bode: 'de 1e luitenant van Daalen, een zoon van den bekenden stafofficier van generaal van Swieten.'

Voor u en mij is zo'n roemruchte zaak een venster op het KNIL. Opeens zien we hoe er toen gedacht werd over militairen. Wat wel en niet van belang was. Hoe anders toen de normen en waarden waren, en ook: wat ze dan waren.

Onthullend

Dit gebeurde in 1874 maar het bleef zeker de rest van die eeuw een zaak van belang. Hoe zat het werkelijk, werd gevraagd. Kan een officier zomaar ontslagen worden? Hoe kun je een voordracht intrekken, en waar blijft dan die erkenning van betoonde 'moed, beleid en trouw'?

Zo komt er iets anders van het KNIL naar voren. Niet alleen de expedities. Maar het aanzien, de trots, het eergevoel. Ook wat Indië toen werkelijk vond van een aankomende top-militair als de kapitein.

Dat hele menselijke van meningen en gevoelens komt in beeld.

Nabij ons. Hopelijk zijn we er klaar voor.

 

https://www.indischeschrijfschool.nl