Dagblad070 | Eten in hogere sferen
mainImage

Eten in hogere sferen

25 augustus 2020, 19:47 uur
Columns

Het idee was om dit najaar een maand naar Thailand te gaan. Zoals het ook ’t plan was om begin juni twee weken in Italië te verblijven en medio september onze jongste zoon in Finland te bezoeken. Ik geef toe, het klinkt nogal luxe. Maar dit zijn de geneugten van een pensionado, die de ongemakken van het ouder worden enigszins compenseren. Het hoeft bovendien niet zo duur te zijn, want je boekt alles buiten de schoolvakanties tegen laagseizoen-prijzen.

Door corona liep alles anders. Ook geen ramp. We treffen het met ’t weer. De tuin staat er mooier bij dan ooit. De fontein in de vijver klatert er rustgevend op los. Op ons met druivenranken overdekte terras wanen we ons in de Provence en ontvangen we tijdens zwoele zomeravonden met enige regelmaat familie en vrienden. Alles geheel conform de corona-regels op anderhalve meter afstand. Ook thuis is het leven mooi.

Maar wat me toch een beetje dwars zat, was dat ik mijn voornemen om tijdens die Thaise reis in Bangkok bij Henk Savelberg te gaan eten, nu moest vergeten. Althans een hele tijd moest uitstellen. In de ruim twintig jaar dat ik in de Haagsche Courant en Den Haag Centraal beroepshalve over eten schreef, bleef Savelberg onbetwist mijn favoriete chef-kok. 

Dat heeft natuurlijk met kookstijl en smaakverwantschap te maken. Want ik at ook fantastisch bij tal van andere topkoks in binnen- en buitenland, ja zelfs bij een aantal chefs die zich met drie Michelin-sterren bekroond wisten. Als gecertificeerde lekkerbek kon ik lyrisch worden over Imko Binnerts, Emmanuel Mertens, Ron Blaauw, Jonnie Boer, Erik van Loo, Koos van Noort, Cas Spijkers, Toine Hermsen, Paul van Waarden, Marcel van der Kleijn en nog vele anderen. Ik dineerde bij grootheden als Roger Souvereyns, Christian Denis, ja zelfs bij Paul Bocuse. Maar het meest in mijn element voelde ik me toch altijd bij de keuken van Savelberg. Viel er privé iets te vieren, dan haastten we ons naar deze Limburgse mijnwerkerszoon.

Ergens in 2014 verkocht Savelberg zijn restaurant Vreugd & Rust in Voorburg en vertrok met een zak geld in zijn witte koksbuis naar Bangkok. Henk en ik zijn beide van het bouwjaar 1953, maar waar ik na 40 jaar hectische arbeid geniet van een lege agenda en een stressloos bestaan, wilde hij nog één keer iets nieuws. Henk maakte alles mee tijdens zijn nieuwe avontuur. Hij zocht langdurig naar een geschikte locatie voor een mooie zaak. Hij ging bouwen, groef een wijnkelder om te ontdekken dat ergens halverwege het feest om uiteenlopende redenen strandde. Hij werd aan het lijntje gehouden, misleid en opgelicht. Maar na alle mogelijke teleurstellingen vond hij zijn plek, stelde een enthousiaste brigade samen en verwierf er binnen de kortste keren andermaal een Michelinster.

Ik ben nooit bij de nieuwe uitbaters van Vreugd & Rust wezen eten. Onder de naam Central Park werd (aanvankelijk) onder supervisie van Ron Blaauw een nieuw concept neergezet. Mij sprak het niet aan. Dat ligt ook aan mij. Vanaf het moment dat ik een streep onder het professioneel eten zette, is het aantal restaurants dat ik nog bezoek op de vingers van één hand te tellen: BITS, als we naar de bioscoop gaan, Bistrot Deux de la Place als we ons even in Parijs willen wanen, Didong als we naar Indisch eten verlangen en Savarin als we iets te vieren hebben. Niks ten nadele van de rest, maar ik heb het na twintig jaar intensief restaurantbezoek wel gezien. Ik kook liever zelf.

Precies op ’t moment dat ik me realiseerde dat Thailand - en dus ook een bezoek aan Savelberg in Bangkok - dit jaar geen optie meer zou worden, hoorde ik bij toeval dat Henk een dag op het ‘oude nest’ zou koken. Ik haastte me naar de website van Central Park en reserveerde onmiddellijk voor de lunch. En maar hopen dat niet een nieuwe lockdown roet in het eten zou gooien.

Het parkeerterrein stond zondag propvol. Ik miste de aanloopkat, die zichzelf in de tijd van Savelberg een vaste plek had verworven in de hal van Vreugd & Rust. Of de nieuwe uitbaters hem/haar eruit hebben geschopt, of dat het beest zich er niet meer thuis voelde, weet ik niet. Misschien is-ie gewoon dood. Vreugd & Rust is wel een beetje anders; er ligt nu een houten vloer en ze gebruiken modieus onhandig design-bestek. Het eten van Savelberg was echter als vanouds goed: langoustine, Noordzeetong en parelhoen. 

Ik genoot ten volle, kwam in hogere sferen en waande me een paar uurtjes in het paradijs. Ik vergat even dat Amerika wordt geleid door een narcistische idioot, Rusland en Wit-Rusland door corrupte moordenaars en dat in Nederland teveel verstandige mensen de weg kwijt zijn en zich ineens aangetrokken voelen tot een studentikoze, verdwaalde ijdeltuit. Wat geweldig eten al niet bij een mens kan kan bewerkstelligen. De matige koffie van Central Park bracht me terug op aarde. Maar daar kon Henk Savelberg natuurlijk niets aan doen.