Dagblad070 | Het verschijnsel Otten

Het verschijnsel Otten

mainImage

Toen in 2002 bleek dat onze politieke opponenten niet waren opgewassen tegen Fortuyn kozen ze mij als doelwit. Ik was zogenaamd uiterst onverantwoord bezig door de weg te banen voor ''een slechte man als Pim'' stond met grote letters in het Rotterdams Dagblad, in die tijd nog de kritiekloze partijkrant van de PvdA.

Uiteraard werd ik uitgedaagd een weerwoord te schrijven. Ik nam de handschoen op en verwierf daarmee flink wat respect bij mijn fractiegenoten.

Bij een tv-debat op Rijnmond wilden onze tegenstanders alleen debatteren als ook ik mee zou doen, zodat ze – volkomen tevergeefs – Pim zouden kunnen omzeilen. Ook dat werd een succes omdat Pim me vooraf verzekerde: ”Als je het moeilijk krijgt, dan neem ik het over”. Met zo’n secondant kon het niet misgaan.

Ondertussen ging ik het idee krijgen belangrijk te zijn. Ik las mijn artikel nog verschillende keren en bleef naar herhalingen van het tv-debat kijken. Bijna kreeg ik het idee dat het om mij draaide, maar de reden van de belangstelling voor mijn persoon was duidelijk: Via mij Fortuyn pakken!

Toen ik bij Pim langs kwam complimenteerde hij me met mijn artikel en mijn eerste tv-optreden. “Pas op voor je ijdelheid“, zei hij.
“Nou dat moet jij zeggen” antwoordde ik: “Waar je in je huis kijkt, staat wel een portret van jezelf.”
”Juist daarom weet ik het” zei hij glimlachend.

Hij had gelijk, want aandacht van de pers werkt betoverend. Je mening wordt gevraagd en je lijkt belangrijk. Niet iedereen kan dat goed aan. Ook in mijn eerste fractie waren mensen die de betovering van de camera’s en de kranten niet konden weerstaan. Een katern in de Volkskrant met portretten van alle fractieleden deed sommigen denken aan de vooravond van een grote politieke carrière te staan.

Dat ze hun positie aan anderen te danken hadden werd naar de achtergrond gedrongen. Hun mening werd gevraagd, dus zij waren de dragers van de nieuwe politieke orde. Uiteindelijk stapten er vijf uit de fractie om een eigen partij te beginnen. Die partijen hadden één ding gemeen, ze gingen roemloos ten onder en Leefbaar Rotterdam haalde veertien zetels bij de verkiezingen. Dit keer hadden we tijd om goed te screenen.

LPF

Een ander verhaal was de toenmalige LPF. Voor het selecteren van de kandidaten was slechts een paar weken de gelegenheid en na de moord op Pim vlogen de ego’s elkaar in de haren. Het gekrakeel werd spreekwoordelijk.

Bij mijn nieuwe partij Forum voor Democratie lijken nu ook LPF- toestanden de kop op te steken. Door mijn ervaring heb ik Henk Otten (nu senator) vanaf het begin gewantrouwd om de eenvoudige reden dat hij alle hulp van Leefbaar Rotterdam afwees. Sterker nog hij gedroeg zich bijzonder onbeschoft.

“Hij ziet bij ons teveel mensen met capaciteiten en die wil hij niet om zich heen, want in het land der blinden is één oog Otten koning”, meldde ik mijn verbaasde politieke vrienden. Ik was zo boos dat ik zelfs Geert Wilders aanbood de politieke geschillen bij te leggen: geen antwoord zoals te verwachten was.

Vergetelheid zal hun lot zijn

Ondertussen rees de ster van Henk Otten. Beoogd fractievoorzitter in de senaat. Hij kwam op de buis en in de kranten verschenen artikelen over hem. Ineens stond Henk in de belangstelling en zijn zelfvertrouwen groeide zienderogen. Hij meende zo belangrijk te zijn, dat hij niet in de gaten had gebruikt te worden door de geroutineerde redactie van De Telegraaf.

Na de eerste door hem een jaar geleden georkestreerde interne ruzie schoof hij door naar plek drie in de partijhiërarchie. Nu kreeg hij de via de Telegraafredactie gelegenheid naar de top door te stoten: Henk de Grote: Numero uno van de nieuwe politiek.

Zonder aarzelen beet hij in het hem voorgehouden aas met als gevolg dat hij het lid op de neus kreeg: Hoogmoed komt voor den val.

Jammer genoeg (ook voor mij) waren de kieslijsten al ingediend en die stonden vol met mensen die voor een groot deel door Henk de Grote uitgezocht waren. Een kans dus dat nog meer dissidenten gaan volgen. Volksvertegenwoordigers die van de kiezers absoluut geen mandaat hebben gekregen en helemaal voor zichzelf gaan (wanneer komt die wetswijziging?).

Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Otten en zijn trawanten hebben die duidelijk niet. Vergetelheid zal hun lot zijn.

(wordt vervolgd)