mainImage

Het woord sinjo

2 september 2021, 23:35 uur
Columns

Het was zondag, er viel een zachte motregen en al met al een ideale middag om in de Haagse kunstkring door te brengen. Het programma heette Ontmoeting onder de waringin, en ik was de attractie na de pauze. Gelukkig bleef iedereen.

Ik sprak natuurlijk weer over het KNIL (mijn leven is verbazend eenzijdig) en over generaal Van Daalen, de hoge Indische officier. Dat deed ik voor corona toeslag vaker. In de lezing is een vast moment waarop ik uit een brief van Van Heutsz citeer. Die brief gaat over de benoeming van Van Daalen tot commandant van het leger. Van Heutsz sneert met de woorden: “ik moet mijn uiterste best doen om het leger - het officierskorps - het leed te besparen dat het gevolg zou zijn van een Sinjo commandant”.  Oudere Indische mensen die dat horen, houden dan even op met ademhalen. Ze voelen hoe hatelijk dat woord hier bedoeld is. En zij kennen ook de ervaring, om het enige donkere kind in de klas te zijn.

Maar die middag hield niemand even op met ademhalen en daardoor begreep ik iets meer van de gevoelswaarde van dat woord. Het is een oud woorden uit de koloniale tijd: sinjo. Er zijn mensen die het met liefde kunnen zeggen, er zijn er ook, die het woord hatelijk gebruiken en er zijn er steeds meer, die alle betekenis ervan ontgaat.

Simpel door het niet-gehoord hebben. Nooit bij stilgestaan hebben. Verder niet over nagedacht.

Kunnen woorden ook voorbij gaan?

Een week of wat geleden sprak ik met iemand over het woord: Indo. Voor mij is dat een woord om voorzichtig te gebruiken, omdat ik herhaaldelijk iemand van de eerste generatie boos heb horen roepen: “In Nederland Door Omstandigheden.” Maar mijn gesprekspartner had hippe neefjes die variaties met het woord erin op Instagram gebruiken. Vinden ze leuk. De gevoelswaarde die het woord voor anderen heeft, kennen ze niet.

Van de weeromstuit ben ik steeds voorzichtiger met woorden. Iedereen heeft recht zichzelf te benoemen. Ik ken iemand die eerst “gewoon Nederlands” heette te zijn, daarna “Aziatisch” en de laatste keer hoorde ik “Indisch”. Panta rhei, alles is in beweging.

Maar toch, of juist, blijf ik dat ene woord sinjo in mijn lezing gebruiken. Het is net of ik een lampje aandoe en zie wie er van toen-froeher is, en wie de verhalen kan vertellen. Dat ene moment van stilte zegt het.