Hoe de Bersiap families verscheurde

19 August 2025, 19:51 uur
Columns
mainImage

Bersiap is, afhankelijk van waar u staat, een beladen woord of een woord waarover u in discussie wilt, en dat wil ik niet.

Een beladen woord.

Uit die tijd zijn foto's die u en ik niet lang kunnen bekijken en toch zitten ze dan in onze innerlijke beeldbank. Er zijn verhalen over het geweld, de rechteloosheid, de angst.

De verhalen gaan ook de families die verscheurd raakten. Degene die daar even mooi als aangrijpend over schrijft, is de Indische schrijfster Lin Scholte.

Haar familie was Indisch, Hollands, Indonesisch. En dan al die onbegrijpelijke situaties naast en door elkaar: het gezagsvacuüm, de pemoeda's, het Indonesische leger, de geallieerde troepen. Dan   de loyaliteit van voor, tijdens en na de oorlog: op wie kon je nog vertrouwen?

Er is al veel geschreven, veel doorgegeven.

Ook over de Bersiap. Lees Lin Scholte . Vanwege deze week neem ik een lang fragment op van haar verhaal 'Donkere dagen',  uit de bundel Bibis Koetis voor altijd (1974). Djemini (moeder van Lin) en haar zusters Soe en Koetis. Er is een confrontatie met pemuda's.

De pemuda's lieten Soe's kinderen zich bij de groep aansluiten. Mam, Soe en Koetis wilden volgen. 'Wat moet dat?' vroeg een pemuda, ze tegenhoudend. 'Loh, we horen er ook bij,' zei Mam. 'Ik ben de moeder,' verklaarde Soe er achteraan. 'Zijn jullie blanda's uh!' snauwde de man. 'Wij zijn getrouwd met blanda's; onze kinderen zijn blanda's...' Als antwoord klonk het huiveringwekkende: 'Sssia-ááp!!' Het had de uitwerking van een elektrische schok. Onmiddellijk werden de drie vrouwen omringd  door een haag van pemuda's.

'Zeg het nóg eens, ben jij blánda!' sneerde de aanvoerder. Zijn gezicht was vlak voor dat van Mam. Schor antwoordde zij: 'Ik ben orang djawa (ik ben een Javaans mens) net als u, maar dat zijn onze kinderen; wij vragen u beleefd ons toe te staan mee te gaan.'

Het oponthoud irriteerde hem. Met een gebaar beval hij zijn mannen de vrouwen terug te drijven. 'Ajó! Loop dóór!' schreeuwde hij. Zijn mannen drongen de drie zusters weer het erf op. Ze deden het op niet zachtzinnige wijze.

Corrie had zich uit de groep losgemaakt en rende terug naar haar moeder. Deze zakte op haar hurken neer - haar knieën knikten zo - en omhelsde haar dochtertje. 'Flink zijn ja Cor, niet huilen hoor je; blijf bij Jan en Tien, gehoorzaam je broer.' Daarbij drukte ze Corrie de pan gare rijst in de handen en duwde haar terug in de richting van de stoet.

Mam gaf het niet op. Ze bleef de aanvoerder achtervolgen met haar smeekbeden. Een pemuda porde haar ruw opzij; ze struikelde, maar viel niet. Vooraan in de rij kreeg iemand een klap met de geweerkolf omdat zij omkeek. 'Kijk vóór je! Allemaal dóórlopen! Schiet op!' werd er gebruld. Geïrriteerd door Mams hardnekkig smeken, wendde de aanvoerder zich abrupt om. De punt van de bajonet op zijn geweer wees op Mams buik. 'Als je mee wil moet je maar eens hier doorheen zien te komen. Méns, wil je dóód!' brulde hij razend. De bajonetpunt prikte haar vel. Alsof ze niet gekieteld wilde worden schoof Mam het ding terzijde, zeggend: 'Loh djangan, ini kan sakit' (Héé niet doen, dit doet pijn). Het klonk allerdwaast.

Koetis had neiging hard te lachen, maar zij kende haar zuster. De man kon niet weten dat Mbaju buiten zinnen was en in staat tot dingen die alleen maar fataal konden eindigen. Daarom greep ze Mam stevig bij haar arm en drong haar zacht terug. Fluisterde dicht aan haar oor zich te beheersen; de zaak niet erger te maken dan zij was.

Djemini overleefde de confrontatie Zoveel anderen niet.

Zo was het toen, het is de eigen ervaring die het invoelbaar maakt. Geen moreel oordeel, geen goed of fout besluit, alleen de menselijke ervaring.

Daar gaat het om, dat brengt ons de mogelijkheid te begrijpen, voor zover mogelijk.

 

https:/www.indischeschrijfschool.nl