Hoe de broer van de generaal ophef en ellende veroorzaakte

02 november 2026, 10:00 uur
Columns
mainImage

Wat toch te doen met moeilijke familieleden in het verleden? Ze liggen dwars, ze vertellen de verschrikkelijkste verhalen waarvan niemand weet of er waarheid in zit, en juist die verhalen blijven hangen en worden van de ene generatie op de andere doorgegeven. Elke keer als ik een familieverhaal lees, hoop ik op een dergelijke dwarsligger. Want: die zet de zaak op scherp.
Dat gebeurde zeker bij de broers Van Daalen.

Terug naar 1907. We gaan naar Atjeh.

Luitenant-kolonel Frits van Daalen is gouverneur van Atjeh. Hij woont met vrouw en kinderen in de gouverneurswoning te Kota Radja. In een paviljoen woont zijn jongere broer Albert, ook wel Loeloe genoemd. Hij is welkom aan tafel.

Dan gebeurt het. In het weekend van 13, 14 en 15 juli 1907 is er uit de woning van de gouverneur Van Daalen geld gestolen. Overheidsgeld. Natuurlijk schreven de kranten volop en uitvoerig en over de zaak van 'de kasdiefstal van Kota Radja', zoals het al snel heette. Hoe kon zoiets in de gouveneurswoning gebeuren? Het raakte ook de stevigheid van het koloniale gezag, het prestige ervan, de betrouwbaarheid van de gouverneur dus zoiets was zacht gezegd uiterst ongelukkig.

Gouverneur Van Daalen ontving  een anonieme brief over zijn broer waarna hij een onderzoek naar hem instelde. In augustus werd Loeloe gearresteerd.
Loeloe kwam op stoom. Hij vertelde uitvoerig over het gezinsleven van zijn broer en hun onderlinge omgang, details die de gesloten Van Daalen nooit zou prijsgeven aan de openbaarheid. Daarbij had Loeloe tientallen getuigen laten oproepen (ook uit militaier kringen), die allemaal onder ede persoonlijke vragen over ook Van Daalen moesten beantwoorden.

Het Bataviaasch Nieuwsblad besprak de levensstijl van Loeloe. Die was niet  voorbeeldig, gemeten naar Europese normen. Hij had een inheemse  concubine in de kampong wonen en hing veel rond in de sociëteit, zonder veel nuttigs uit te voeren.  Ja, en dan toch bij de broer blijven wonen, waarom was dit? Dat kwam omstandig aan de orde. Albert had geen betrekking en dus geen inkomen; zijn broer wilde hem helpen, Albert zei wel ‘op goeden voet’ te staan met zijn schoonzuster en zijn neefjes en nichtjes. Kennelijk was dat voldoende voor hem. De kwestie van dienstzaken wel of niet bespreken keerde herhaaldelijk terug. Gebeurde nooit,  zei de ene getuige, de andere getuige verklaarde soms wel, een derde wist het niet.

Pas in 1910 werd er een vonnis geveld: een geldboete en vijf jaar gevangenisstraf.  Loeloe ging in hoger beroep, tevergeefs. Van Daalen, nu Luitenant-Generaal, werd commandant van het KNIL. In het familieboek dat hij later liet maken, had deze hele affaire geen enkele plaats. In mijn biografie van Van Daalen ga ik er uitvoerig op in.

Wat Loeloe van Daalen deed was: controle houden over het verhaal. Hij had de pers mee. Zijn broer zweeg. Daardoor leek alles wat Loeloe zei geloofwaardig. De balans was zoek.

Wanneer u een familieverhaal schrijft, is een dwarsligger als Loeloe een mooie kans om diepgang in het verhaal te brengen. Een dwarsligger raakt immers plekken aan die juist voor de familie pijnlijk zijn. Een goudmijn is het, voor uw familieverhaal.
 
Voor meer informatie https://www.indischeschrijfschool.nl