Indische gezichten

31 March 2026, 11:39 uur
Columns
mainImage

Tijdens het opruimen van mijn huis - een renovatie dwong dat af - ontdekte ik veel te veel spullen, overal stond iets, en ik bleek ook verschillende stapeltjes te hebben gemaakt, die langdurig uit het oog waren geraakt. Een feest van herontdekking. Vooral toen ik een oude Sobat-kaart van de Tong Tong Fair in mijn hand nam.

De aanraking bracht me terug naar de eerste keer dat ik de toenmalige Pasar Malam Besar bezocht. Ik was uitgenodigd om een lezing te geven over de Indische kruidengeneeskundige mevrouw J. Kloppenburg-Versteegh, over wie ik iets had gepubliceerd. Als anak studeerkamer had ik mijn kennis geput uit boeken. Maar nu, zittend op een bankje achter de ingang, nu zag ik de mensen uit Indië zelf. Uren heb ik op dat bankje gezeten, kijkend naar de stroom die aan mij voorbij trok en elke seconde ervan nam ik in mij op en in mij, het Hollandse meisje, veranderde er meer dan ik toen begreep.

Al die Indische gezichten, van de baby's in wagentjes tot en met de zeer ouderen in hun rolstoel en de generaties die erbij hoorden; het was of ik iets van Indië zag. Iedereen met een eigen verhaal, over daar of hier geboren, over graven van ouders en grootouders die niet meer bezocht konden worden, over het vanzelfsprekende moeten uitleggen aan de jongsten. Herinneringen die meereisden, net als de oorlog.

Die eerste jaren zat ik elke keer weer op dat bankje. Het was of iets van hun levensverhalen in mij resoneerde, ook al kende ik de woorden niet. Zitten, kijken, ervaren. En daarna naar het Bibit Theater om daar de middag door te brengen, in een stroom van lezingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zo leerde ik meer over  Indië.  Luisteren en nadenken.

Pas later ontdekte ik andere Indische gezichten. Er waren de Japans-Indische nakomelingen, met eigen verenigingen, bijeenkomsten en levensverhalen, vaak met een element van afwijzing. Niet mogen horen bij de familie van de Japanse vader, geen acceptatie in de Indische gemeenschap. Zo waren er meer gezichten.

En vandaag de dag is er vrijwel elke maand ergens in Nederland een beurs die zich pasar malam besar noemt. Er zijn vooral Indonesische kraampjes, met minder ruimte voor het Indische. Ja, er is verschil. Nergens zie ik iets dat vergelijkbaar is met het Bibit Theater. En ik weet, de alleroudsten van toen zijn er niet meer.

Toen ik mijn Sobat-kaart neerlegde, voelde ik ondanks alles hoop, omdat de Indische cultuur nog steeds bestaat, en er nog altijd jonge generaties zijn die vragen stellen.

 

https://www.indischeschrijfschool.nl