Nederlandse frisdrankkrimp

21 August 2026, 15:44 uur
Columns
mainImage

In Nederland gebeurt iets wat inmiddels bijna normaal begint te voelen: je bestelt een frisdrank en krijgt een glas dat verdacht veel weg heeft van een espressokopje voor cola. Ooit was 330 milliliter een keurige portie. Nu is het 200 milliliter. De prijs? Die heeft de merkwaardige eigenschap wél op volle kracht door te groeien.

Dat is krimpflatie in zijn zuiverste vorm: niet per se méér betalen voor hetzelfde, maar hetzelfde blijven betalen voor steeds minder.

Een blikje cola van 330 milliliter is in de supermarkt nog altijd een gangbare standaard; bij Jumbo kost een eigenmerkcola van 330 ml momenteel bijvoorbeeld € 0,45. Maar in de horeca gaat het natuurlijk niet om de kostprijs van een blikje. Daar betalen we voor het glas, de koeling, de bediening en de locatie.

Maar kom op, 200 milliliter? Dat is geen dorstlesser meer. Dat is een proeverij. En dan wordt het contrast met bijvoorbeeld Amerika pijnlijk grappig. Wie in de Verenigde Staten een frisdrank in een restaurant of bij een fastfoodketen bestelt, is vaak gewend aan een heel ander concept: de beker is het begin van het verhaal, niet het einde. Bij een zelfbedieningsautomaat voor frisdrank is het in veel Amerikaanse restaurants gebruikelijk dat je tijdens je bezoek opnieuw kunt vullen zonder opnieuw af te rekenen. Amerikaanse consumenten beschrijven die gratis refills zelfs als een gevestigde restaurantnorm.

Daar staat dan een Nederlandse ober tegenover die met een glas van 200 milliliter aankomt en vraagt: „Wilt u er nog eentje?” Ja. Natuurlijk. Ik heb net twee slokken genomen. Rekening?

Het fascinerende is dat beide systemen economisch ongeveer hetzelfde proberen te bereiken, maar cultureel totaal anders worden verpakt. In Amerika krijg je een grote beker en de illusie van overvloed. In Nederland krijg je een klein glas en de illusie dat je verantwoord bezig bent.

De echte prijs van een frisdrank zit niet in het bedrag achter het euroteken, maar in de milliliters die je ervoor terugkrijgt. Een glas van € 3,50 klinkt anders wanneer je 330 milliliter krijgt dan wanneer er 200 milliliter in zit. In het tweede geval betaal je per liter bijna 65 procent meer voor dezelfde dorst. Dat is de truc van krimpflatie: je hoeft de prijs niet zichtbaar te verhogen als je de hoeveelheid onzichtbaar verlaagt.

En het meest bizarre is misschien nog wel dat frisdrank juist een product is waarbij een refillmodel zo logisch zou zijn. Het drankje zelf is goedkoop. De siroop en het koolzuur kosten geen vermogen. De kraan staat er toch. Geef mensen een glas, laat ze zelf bijvullen en klaar. Amerika laat zien dat het kan. Maar het Nederlandse model lijkt soms precies de andere kant op te lopen: minder product, dezelfde rekening en vooral niet te veel drinken.