Nooit een wethouder ontmoet, die geen geheimen lekte

15 May 2026, 12:13 uur
Columns
mainImage

Temidden van alle nieuwsberichten over Gaza, Oekraïne, Libanon en Iran, was me niet onmiddellijk opgevallen dat Richard de Mos zijn Verklaring Omtrent Gedrag binnen heeft. Nu lijkt dat op 't eerste gezicht non-nieuws van het kaliber dat Bart Chabot zijn rijbewijs heeft gehaald. Maar toch is dit van een andere orde. De leider van Hart voor Den Haag kan hierdoor ongehinderd wethouder worden.

En dat stemt tot nadenken. Want het is wel verbazingwekkend dat iemand die is veroordeeld wegens 't schenden van het ambtsgeheim alsnog de goedkeuring krijgt voor een bestuurlijke functie waar integriteit hoog in het vaandel hoort te staan. Maar ik besef meteen dat het hypocriet is om De Mos te verwijten dat integriteit niet zijn sterkst ontwikkelde karaktereigenschap is. Want ik weet maar al te goed dat ik de eerste wethouder nog moet tegenkomen die geen geheimen naar de pers heeft gelekt. Daarbij heb ik het over ruim een halve eeuw ervaring in de journalistiek. 

Bronbescherming is heilig voor een journalist. Maar laat ik - zonder namen te noemen - een beetje uit de school klappen. De meeste betrokkenen zijn trouwens dood of reeds lang buiten functie. En laat ik het ook niet tot wethouders beperken. Ik heb ook genoeg gewone gemeenteraadsleden meegemaakt die nieuws lekten. Om sympathie voor iets te bereiken, dan wel iets tegen te houden. Of om er zelf beter van te worden. Bijvoorbeeld met een geheim negatief rapport over een wethouder van de eigen partij. Waarom? Heel simpel: door de belangrijke partijgenoot een mes in de rug te steken, kon het raadslid vervolgens zelf wethouder worden.  

Tas op de trap

Ik was nog maar een paar jaar werkzaam bij de Haagsche Courant als stadsverslaggever, toen een VVD-wethouder sneuvelde, omdat hij zogenaamd zijn tas op de trap van het stadhuis was vergeten. Een journaliste had het ‘gevonden voorwerp’ meegenomen en - voordat ze het ding terugbezorgde - eerst alle geheime stukken bekeken en in de krant gepubliceerd. Natuurlijk geloofde niemand deze uitvlucht. En dan wist men niet eens dat de betreffende journaliste naast haar baan onbezoldigd medewerkster was van het VVD-partijblad.

Een net iets slimmere wethouder uit diezelfde periode speelde mij van alles toe via een toegewijde ambtenaar. Deze directe medewerker lekte - op wethouderlijk verzoek - de geheimen uit het college van B&W die zijn baas goed uitkwamen. Zo lag binnen de kortste keren op straat dat er plannen bestonden om een Koningin Wilhelmina Monument te realiseren dat als een keien-lint door de stad slingerde. De betreffende wethouder zag dat initiatief van het rijk niet zitten en door het uit te laten lekken, ontstond er meteen zoveel weerstand in de stad, dat het plan kort daarna sneuvelde. Met een alternatief idee voor een soort Wilhelmina-paviljoen op het Voorhout ging het precies dezelfde weg.

Ook maakte ik mee dat een wethouder mij een grote primeur aanbood, als ik een bepaald nieuwsfeit - waarover ik hem met vragen benaderde - nog een weekje wilde achterhouden. Zo leerde ik gaandeweg dat de koehandel tussen politici en journalisten de gewoonste zaak van de wereld is. Niet alleen in de gemeentepolitiek maar net zozeer op landelijk niveau. Beide partijen hebben er voordeel bij: de journalist kan scoren met groot nieuws, de politicus kan op het juiste moment de publieke opinie beïnvloeden.

Vertrouwen

Belangrijke voorwaarde bij dit alles is wederzijds vertrouwen. De politicus moet ervan op aan kunnen dat de journalist nooit zal onthullen van wie hij/zij de informatie heeft gekregen. De journalist moet er blind op kunnen varen dat de informatie 100% klopt. Liefst dus met de geheime stukken zwart op wit erbij.  Maar dat laatste kan niet altijd. Dan helpt het als er ook een persoonlijke band is. 

Halverwege de jaren tachtig speelde de kwestie van het nieuwe stadhuis aan het Spui. Welke architect zou het mogen bouwen? Een onafhankelijke commissie adviseerde de toen nog jonge opkomende bouwmeester Rem Koolhaas. Maar het college van B&W koos na veel wikken en wegen voor de Amerikaan Richard Meier. Met één van de wethouders had ik dusdanige relatie dat-ie onmiddellijk na de stemming de vergaderruimte uitliep en mij de uitslag doorbelde. Nog net op tijd om het nieuws diezelfde middag groot op de voorpagina te plaatsen.

Nu zitten er wel bedenkelijke kanten aan. Want je komt uiteraard in een voor-wat-hoort-wat-sfeer terecht. Wij hadden op de krant een collega rondlopen, die zó nauw verweven met een bepaalde wethouder raakte, dat hij meer diens spreekbuis was dan een onafhankelijk journalist. De wethouder in kwestie probeerde zelfs mij te weren bij een persreis om zijn vriendje op die plek te krijgen. Dat lukte - dankzij een standvastige hoofdredacteur - uiteraard niet, waarna de politicus snel eieren voor zijn geld koos en al tijdens de KLM-vlucht besloot zoete broodjes te bakken.

Verbonden

Politiek bedrijven via de media is van alle tijden. Het is nog niet zo lang geleden dat  de dagbladen een uitgesproken politieke kleur hadden en nauw verbonden waren met een partij en/of religie. Zo was dagblad De Waarheid de gedrukte roeptoeter van de CPN, had het Vrije Volk een liefdesrelatie met de PvdA en de Volkskrant met de KVP. De banden tussen politiek en media zijn wel losser geworden, maar nog altijd vindt het grote nieuws uit kringen van VVD of nog rechtser zijn weg allereerst naar De Telegraaf.

Probeer ik met dit kijkje in de keuken nu goed te praten dat Richard de Mos geheime informatie lekte naar de pers? Nee, lekken hoort natuurlijk niet. Maar het blijkt inherent aan de politiek en ik heb er zelf als journalist veelvuldig van geprofiteerd. Persoonlijk vind ik het kwalijker dat De Mos diezelfde informatie ook doorspeelde aan een bevriende ondernemer (en donateur van zijn partij Hart voor Den Haag) die daar baat bij had. 

Waar Richard de Mos in deze kwestie uniek in blijkt, is dat dit lekken hem een justitiële veroordeling heeft opgeleverd. Soms wordt bij een uitgelekt geheim (zoals het Wilhelmina-keien-lint) de rijksrecherche ingeschakeld, die dan na tijdrovend en kostbaar onderzoek concludeert dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld wie de geheimen naar de pers heeft doorgespeeld. Dat liep hier even anders. Dus De Mos mag een door de wol geverfde politicus zijn, als het om ongestraft ambtsgeheim op straat gooien gaat, heeft hij nog wat te leren.