Lang geleden was ik te gast op Paleis Huis ten Bosch. Mijn dierbare vriend Carel Birnie (1926-1995) was met een arbeidsconflict aan ’t einde van zijn loopbaan gekomen en koningin Beatrix wilde hem als mede-oprichter van het Nederlands Dans Theater niet alleen een passend afscheid in kleine kring aanbieden, maar ook met een bijzondere onderscheiding huldigen. Sindsdien heb ik - als overtuigd republikein - een zwak voor de oud-vorstin.
Nu onze Oranje-leeuwen in de nachtelijke uren voor het aanzien van de natie op het WK roemloos ten onder gingen, moet ik terugdenken aan dat intieme feestje op het paleis. Want terwijl de majesteit destijds vrolijk een slok witte wijn wegklokte, liet ze terloops vallen dat ze niet van oranje hield: “Die kleur staat bijna niemand”.
Gelijk had ze. Alleen sinaasappels in de bomen in Zuid-Spaanse steden zien er vrolijk en smakelijk uit. Verder is oranje een vreselijke kleur. Opdringerig, schreeuwend, pijn aan je ogen. Het is een karakterloos mengsel van rood en geel.
Zelfs bij een verkeerslicht heeft oranje een onbestemde betekenis. Bij rood weet je dat je moet stoppen, bij groen weet je dat je mag doorrijden. Maar bij oranje is er altijd twijfel wat te doen. Als er een politiewagen achter me zit, ga ik bij oranje vol op mijn rem staan, want je weet maar nooit. De laatste keer dat ik dat deed, moest ik trouwens meteen aan de kant, want de dienders knalden bijna bovenop me en waren woest.
Recycling-containers
Oranje dus. Helaas gaan de hysterische aankondigingen van tv-presentator Sam van Royen voor zijn Oranje Café nog ’t hele WK door, maar in de samenleving is de koorts flink gedaald. Alle onderwijzers zijn de schoollokalen alweer gaan onttakelen van vlaggetjes, shawls en andere prullaria. Bij Albert Heijn mogen de stapels oranje badjassen naar de recycling-containers. Op de Marktweg kunnen de insecten in de bomen - tot opluchting van de Partij voor de Dieren - binnenkort weer vrijuit ademen, want al het plastic kan er eigenlijk wel vanaf.
Dit was een WK om - vanuit nationale gevoelens - heel snel te vergeten. Wat een blamage. Johan Derksen, het orakel uit Grollo, kraamt bij Vandaag Inside een hoop onzin uit, maar zijn constatering voorafgaand aan het toernooi “dat Nederland een heel middelmatig team heeft”, bleek al snel volkomen waar. Grote spelers maken nog geen sterk elftal.
Marokko
Eerlijk gezegd vind ik het wel komisch dat dit middelmatige team van naast hun voetbalschoenen lopende multi-miljonairs niet tegen Frankrijk, Spanje of Argentinië ten onder is gegaan, maar uitgerekend tegen Marokko. Hoeveel supporters zullen tevoren niet hebben geroepen dat ‘We die kut-Marokkanen wel even zouden overlopen?’
Ik heb een zoon, die vanwege zijn Indische genen, van jongs af aan voor Marokkaan wordt versleten. Zelfs Marokkanen denken dat hij een van hen is. Dat betekent in onze tolerante Nederlandse samenleving dat hij geen discotheek binnen kwam, dat de beveiliging in winkels uitgerekend hem altijd even wilde fouilleren en dat de politie hem om de haverklap van zijn Vespa haalde om te checken of het ding niet was gestolen. Zoiets doet wat met een mens.
Dus wat zullen er een hoop Nederlandse Marokkanen rondlopen, die bij het Oranje-debacle zoiets van ‘lekker puh’ hebben. Datzelfde gevoel dat Jesse Owens (1913-1980) moet hebben ervaren toen de zwarte atleet op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn alle arische sporters, de übermenschen, voorbij rende en vier gouden medailles in de wacht sleepte.
Niet dat deze prestatie iets aan de discriminatie in de VS veranderde. Owens werd bij terugkeer in Amerika niet door de president in het Witte Huis ontvangen en moest bij zijn huldiging in het Newyorkse Waldorf-Astoria Hotel als ‘negroe’ via de leveranciersingang en de goederenlift naar zijn eigen feestje.
Geschiedenis
Onder de huidige Amerikaanse president worden dit soort beschamende gebeurtenissen bij voorkeur uit de geschiedenisboeken gewist. Maar er zullen altijd weer bevolkingsgroepen met een historie van onderdrukking, uitbuiting en discriminatie zijn die geschiedenis schrijven. Is het niet in de muziek dan is het in de sport. Met name de Afrikaanse landen laten zich dit WK nadrukkelijk zien.
Coca Cola had als één van de hoofdsponsoren van dit toernooi voor Marokko een speciaal flesje uitgebracht met op het etiket rood-groene driehoeken, de kleuren van hun vlag. Een kleinigheid vergeleken bij de twaalf glazen met afbeeldingen van de Oranje-spelers die voor de Nederlandse aanhang werd geproduceerd. Die kunnen ze nu allemaal in de glasbak donderen. Wellicht kan de frisdrankfabrikant ze nog omsmelten tot een soortgelijke reeks van strijdbare Marokkaanse internationals. In elk geval een glas met het hoofd van Ismael Saibari.
En voor ’t volgende Oranjeteam op EK dan wel WK zou ik als nieuwe bondscoach eens goed nadenken over de selectie. Willen we meer of minder vechtlust, meer of minder passie? Willen we in Oranje kortom meer of minder Marokkanen?