Dagblad070 | Paatje Phefferkorn

Paatje Phefferkorn

mainImage

Eind februari werd Paatje Phefferkorn 98 jaar. Ik ken hem al van toen hij nog maar 93 was. In die tijd kwam hij elk jaar op de Tong Tong Fair, waar hij demonstraties martial arts gaf. Volle zalen. De man is een legende.

De tijd van optreden is zo goed als voorbij. Paatje zit in een verzorgingstehuis in Bussum en hij gebruikt een rolstoel. Daarin traint hij zijn armen. Ze zijn zoals hijzelf is: sterk en tanig. In die armen zit ook een levensles en die les is: wanneer er veel van wat je gewoon vond, verdwijnt, zoek dan naar wat je wèl kunt. Zijn benen weigeren dienst. Zijn armen niet. Vanwege zijn slechte ogen kan hij niet meer lezen, dus een brief schrijven heeft geen zin. Doof is hij ook al. Maar je hoort hem niet klagen. Er komt bezoek, jongere generaties stellen vragen over het Indische verleden, in het tehuis is nogal eens iets te doen en hij heeft zijn bezigheden.

Op zijn foto's van vroeger zag ik een andere man. Met dezelfde wilskracht, zeker, maar toen was er nog het vertrouwen in alles te kunnen wat hij wilde, dat was voor hem gewoon.

Paatje had sportscholen, gaf les in zowat het hele land en kon elke oefening wel tien keer voordoen. Zo groeide hij uit tot een 'Paatje', de eretitel die anderen je moeten geven. Dit was ook de tijd, dat er mensen waren die hem bij zijn voornaam noemden. Verdi. Die mensen zijn er minder, zo gaat dat als je de anderen overleeft.

Je voornaam is persoonlijker, intiemer ook. Bij onze laatste ontmoeting zei ik dus liever Paatje dan Verdi, zijn voornaam gebruiken voelde onbeleefd, ik durfde het niet. En nu denk ik: misschien heb ik hem daarmee tekort gedaan. Oud zijn is voor een groot deel buitenkant. De wensen van binnen blijven hetzelfde: gezien te worden voor wie je bent, een gesprek, samenzijn. Het ontzag van een ander staat daarbij in de weg.

Deze fase van Paatjes leven laat ons zien wat dragen en verdragen is, en hoe belangrijk mentale kracht is. Daarin is hij voor mij een held. Een zwartebander in de vechtsport zijn geweest en nu afhankelijk in een rolstoel in een tehuis. Maar geestelijk stáát hij rechter dan ooit. Wanneer ik hem weer mag ontmoeten, ga ik proberen hem met zijn voornaam aan te spreken. Als eerbetoon.

 

https://www.indischeschrijfschool.nl