Dagblad070 | Tehuis voor djongos en zeebaboe

Tehuis voor djongos en zeebaboe

mainImage

Er zijn heel wat mensen, vooral onder de ouderen, die zachte ogen krijgen bij het woord baboe. Dan voelen ze weer de zorg en liefde die ze als kind van hun baboe kregen. Ik lees er weemoedige verhalen over en er zijn foto's te over uit toen froeher. Maar waar was de djongos?

Hij zorgde (meestal) niet voor de kinderen maar in het huishouden te Indië bezat hij wel degelijk een positie van vertrouwen. Delen in het dagelijks leven. Verantwoordelijk zijn voor taken, die dat leven mogelijk of gemakkelijk maakten. Een djongos hoorde er net zo goed bij als een baboe, maar ik hoor nauwelijks herinneringen aan hem. Toch moeten die er zijn.

In 1919 opende aan de Boetzelaerlaan 2 het tehuis Persinggahan, speciaal voor zeebaboes en djongossen. De djongossen kregen al snel een eigen slaapzaal, vanwege het fatsoen maar vermoedelijk ook omdat de mannen graag onder elkaar waren. Dat praat gemakkelijker.

De mannen verbleven korter of langer in het tehuis. Ze waren hier aangekomen na een dienstreis aan boord van een schip, bij een familie die vanuit Indië naar Nederland reisde. Wanneer ze geen aansluitende reis terug konden vinden, logeerden ze tegen betaling in Persinggahan. Hier kregen ze soms voorschot op hun aanstaande honorarium en op enig moment was er arbeidsbemiddeling.

Wat en hoe het precies zat, weet ik nog niet. Juist dat archief is zoek. Dat vind ik verdacht en u dadelijk ook. Na de oorlog moet het tehuis op last van de regering de deuren sluiten, zeer tegen de zin van het bestuur in. Wat doe je dan? Het belangrijkste archief bewaren. Ik vermoed dat het bij de toenmalige voorzitter op zolder is gezet en dat het vervolgens is gaan zwerven. Dozen met kasboekjes en namen. Notities over het leven van de djongossen. Arbeidsinformatie. Ik zou zo graag dat archief inzien, maar ik weet niet op welke zolder het staat.

Het is gissen en raden naar het leven van de djongossen die naar Nederland kwamen. Ik heb de indruk dat het woord djongos tegenwoordig zowat een taboewoord is, omdat het een koloniale klank heeft. Maar met het schrappen van elk woord dat naar de tijd van toen verwijst, vervaagt de herinnering aan het bestaan van mensenlevens, hoe ze waren, dat ze er waren en wanneer. Ook daarom blijf ik aan djongossen denken, bij de van Boetzelaerlaan en overal eigenlijk.

 

https://www.Indischeschrijfschool.nl