Dagblad070 | Van beschimmelde muur tot verruimde blik
mainImage

Van beschimmelde muur tot verruimde blik

19 juni 2020, 16:15 uur
Columns

Nu de samenleving langzaam maar zeker van het slot gaat, plan ik weer hier en daar een huisbezoekje in. Het mooiste aan het als raadslid bij stadsgenoten over de vloer komen, vind ik wel dat een afspraak om een beschimmelde muur te bestuderen zomaar kan leiden tot een ontmoeting die je blik verruimt.

Zo vertelde een Moerwijker mij een week geleden over haar vader die, toen zij nog een klein meisje was, Marokko verruilde voor het Westland. Ze omschreef hoe hij en andere werkers in de tuinbouw in ‘woningen’ werden ondergebracht die meer weg hadden van barakken.

‘Je merkt dat het verleden zich herhaalt’, las ik ruim een week later in de krant. Het is een citaat van jongerenwerker Mourad Ouari. De kleinzoon van een Marokkaanse gastarbeider zag zijn wijk Transvaal de afgelopen jaren flink veranderen. Een nieuwe eerste generatie gastarbeiders streek er neer: vooral Bulgaren, Grieken en Roemenen.

Mensen voor wie het helaas heel gewoon is om met acht tot tien anderen een woning te moeten delen. Het zijn omstandigheden die de kans op besmetting met corona levensgroot maken, zo concludeerde Emile Roemer onlangs namens het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten.

Ouari hield in het AD een bevlogen pleidooi richting politici om meer om te zien naar deze nieuwe Hagenaars. Het is een oproep die bij mij binnenkwam. Niet in de laatste plaats vanwege de gevaren waaraan arbeidsmigranten in deze pandemie worden blootgesteld door op winst beluste bedrijven. Krappe behuizing, overvolle busjes, werkomstandigheden waarin het nagenoeg onmogelijk is om anderhalve meter afstand te houden: het is in tijden van corona een potentieel dodelijke cocktail.

Maar Ouari’s hartekreet raakte mij des te meer nu thema’s als racisme en xenofobie de boventoon voeren in het maatschappelijke debat. Zo zag ik laatst op Facebook een relaas langskomen met daarin de alom bekende woorden ‘ik ben geen racist, maar...’. De strekking: zij die ooit met open armen als ‘gast’ in ons land zijn onthaald, mogen best wat meer dankbaarheid tonen.

Terwijl de verhalen over ontberingen die arbeidsmigranten al decennialang moeten doorstaan, ook in dit ‘gastvrije’ kikkerlandje, werkelijk voor het oprapen liggen. Desondanks het beeld blijven schetsen dat hun onthaal in Nederland te vergelijken is met een geheel verzorgde Corendon-pakketreis, is in mijn ogen misschien wel de pijnlijkste vorm van uitsluiting.