Vergeet Dolf Brouwers niet, Damiën Zeller

3 July 2019, 21:50 uur
Columns
mainImage

Briljant idee van raadslid Zeller om grauwe muren van flatgebouwen in Moerwijk op te vrolijken met enorme beeltenissen van Haagse voetballers die ons in het Zuiderpark of op Houtrust dan wel in het nieuwe stadion in de ban van de betovering brachten. Ik werd daar vrolijk van. Dat heb ik vaker als die Groep van De Mos iets verzint.

Ook onbedaarlijk gelachen toen hun kamikazesponsor vorige week op hoge poten naar de directie van ADO Den Haag stapte om te vragen wie het in z’n gekke harsens had gehaald om die twee Denktokkies in het groengele shirt te hijsen.

Nooit saai rond Groep de Mos. Echt Het Hart van Den Haag, al raad ik ze af om ons zo’n idiote lange tweedehandsnaam door de strot te willen rammen. Ik vind Groep de Mos voldoende.

Zeller brengt mij terug naar mijn kindertijd. Muren genoeg in Moerwijk, dus kom maar op met Bertus de Harder, Carol Schuurman, Theo Timmermans, Jan van Geen, Wim Landman, Cock en Mick Clavan, Sjaak Roggeveen, Guus Haak, Aad Mansveld, Lex Schoenmaker en Tscheu la Ling.

De fotografen krijgen het er maar druk mee, want er zijn meer wijken met muren in Den Haag, ook in het deftige deel. En ik zou niet weten waarom ze daar niet zouden mogen hangen. Eigenlijk heeft Zeller in zijn onschuld een teer punt geraakt. Je moet er toch niet aan denken dat El Khayathi in Moerwijk komt te hangen en Beugelsdijk sjiek aan het Spui. In politieke moslimkringen is het minste geringste verschil al racisme.

Ik raad Zeller dan ook aan mij bij die verdeling te betrekken. Kees Jansma doet tegenwoordig ook veel voor niks, dus daarmee heb je al twee integriteitscoaches.

Op voorhand wel één correctie. Maak niet de fout om alleen voetballers te selecteren. In een stad van duizenden muren misstaan ook andere sporters niet. Ik wil trouwens ook aan ir. Ad van Emmenes herinnerd worden. Aan Fred Racké. En nu we toch lekker bezig zijn, wat zou u zeggen van muzikanten, cabaretiers en andere gedenkwaardige stadgenoten? Mooie gelegenheid trouwens om mijn persoonlijke held te afficheren: Dolf Brouwers.

Laatst liep ik weer eens aan zijn vroegere huis voorbij: Slijkeinde 24. Een kleine portiekwoning, zoals er in Den Haag vanaf 1920 duizenden zijn gebouwd, met die steektrappen naar een smal bordes waaraan vier voordeuren grenzen. Binnen was er dertig jaar huiskamervariété. Staande in een teil zonder water, schoenen en sokken uit, zong Dolf Brouwers er a capella, in steenkolenengels, speciaal voor mij een couplet van zijn onsterfelijke B-lied: There is al lull in my life.

Wat zing je, Dolf?
‘U verstaat mij wel. Jawel. U verstaat mij heel goed. Reeds.’
Die stem.
Dat hoofd.
En vooral die repeterende woordjes. Een running gag met een eeuwige levensduur.

Dolf speelde in de jaren zeventig in het revolutionaire en seksistische tv-programma Waldolala met pathetiek en simpelheid een raar brabbelende verbouwereerde vieze ouwe vent met zijn haar vet in de gel. Om het nog imbecieler te maken: vóórover gekamd. Tong uit de mond te midden van bukkende modellen in kleine rode pikante slipjes.
’Dat ziet er goed uit, jawel.’

Prins Claus en zijn oudste zoon keken ook.
‘Vindt u mij goed?’, vroeg Dolf bij elk interview.
Jawel. Ik zie het. U vindt mij goed.’

Ik schat in dat Willem Alexander 20 jaar was toen hij Dolf vroeg om als Sjef van Oekel een kakkersfeestje te komen opvrolijken. Daar hebben ze het in Leiden nog over. Topamusement.
Twee dagen later liep de prins Het Slijkeinde op om zijn favoriet meteen voor de volgende party te inviteren.
’Zeg knaap’, riep Dolf uit het raam. ’We blijven niet aan de gang, hè.’

Leuke man.
Laten we samen eens zoeken naar een muurtje in het buurt van het paleis, Damiën.